Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Free Market & Go.

woensdag 23 maart 2016

 

In De Standaard (12 maart 2016) merkte de Gentse econoom Gert Peersman op dat het er niet toe doet of een job geschapen wordt in de private of de publieke sector, zolang die extra job maar voldoende toevoegt aan het bbp, waaruit dan belastingen voortvloeien.

 

Maar is dat wel zo? Zijn private en publieke jobs economisch gelijk(w)aardig? Kunnen jobs die betaald worden met belastinggeld ook belastinggeld opbrengen? Is de overheid een noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van de vrije markt? Of is de vrije markt superieur aan de overheid?

 

Wat historisch vaststaat, is dat de vrije markteconomieën meer welvaart genereren dan staatsgeleide economieën. Maar de welvaartseconomische inzichten over marktfalingen (alsook mijn eigen doctoraatsonderzoek over de werking van bureaucratieën) tonen aan dat een overheid wel degelijk efficiënt en welvaartsbevorderend kan werken. De vraag die voorligt, is echter niet of de overheid toegevoegde waarde creëert (ja, dat kan), maar wel of de overheid gelijk(w)aardig is aan de vrije markt. Het antwoord is nee.

 

Transacties op een vrije markt zijn immers gebaseerd op vrijwillige ruil. Overheidsactiviteiten daarentegen zijn gebaseerd op dwang.[1] De resultaten die voortspruiten uit vrijwillige interacties tussen individuen zijn superieur aan de uitkomsten onder dwang, omdat vrijwillige transacties slechts tot stand komen indien er wederzijds voordeel is (zo niet, gaat de transactie niet door). Dwang kan soms collectief wenselijke oplossingen tot stand brengen, maar evenzeer nadelige uitkomsten opdringen aan individuen en dus waarde vernietigen.

 

Dat neemt niet weg dat vrijwillige ruilafspraken nagekomen en eventueel afgedwongen moeten worden. De overheid kan vrijwillige ruil dus bevorderen door het afdwingen van contracten, het beschermen van eigendom of het produceren van collectieve goederen (die wederzijds voordelig zijn en toch niet spontaan geproduceerd worden).

 

Maar ‘bevorderen’ is niet hetzelfde als ‘vervangen’. Het versterken van de vrije markt plaatst de overheid nog niet op hetzelfde of complementaire niveau als de vrije markt. Het maakt de overheid ook niet per se noodzakelijk, want generische transacties vereisen geen contractrecht (in tegenstelling tot idiosyncratische transacties). Ook de bescherming van eigendomsrechten, die een krachtig economisch incentive zijn, hoeft niet per se door de overheid te gebeuren. En het sociale dilemma dat optreedt bij de productie van collectieve goederen, kan weliswaar worden opgelost door overheidsproductie en gedwongen financiering via belastingen, maar ook door de koppeling van collectieve goederen aan private goederen of de verknoping van collectieve goederen.

 

Dit gezegd zijnde, ben ikzelf van mening dat de overheid de bescherming van eigendom, de afdwingbaarheid van contracten, de handhaving van aansprakelijkheid en de vrijwaring van een stabiele monetaire orde met lagere transactiekosten kan realiseren dan de vrije markt. Maar daarmee is niet gezegd dat de overheid onmisbaar of complementair is. 

 

Kortom, de overheid draagt als regelgever en als handhaver zeker bij tot een hogere welvaart door het oplossen van marktfalingen. Maar er moeten wel eerst markten zijn, opdat ze zouden kunnen falen en gecorrigeerd worden. De overheid kan de private productiviteit versterken, maar wordt uiteindelijk gefinancierd door belastingen en dus door de private sector. Zo zorgen bvb. overheidsinvesteringen in onderzoek & ontwikkeling voor toegevoegde waarde die wellicht in de vrije markt niet zou gerealiseerd worden, omwille van het te risicovolle karakter van het onderzoek. Maar ook publieke O&O wordt gefinancierd door belastingen die opgehoest worden door de private sector. Het is dus de vrije markt die zorgt voor de middelen van de overheid, niet omgekeerd. Om een degelijke overheid te hebben, zijn er dus meer jobs in de private sector nodig.



[1] Natuurlijk kan ook de overheid kiezen voor productie via markttransacties en vrijwillige ruil. De publieke sector is dus niet hetzelfde als de overheid, waarvan het definiërende kenmerk het monopolistisch gebruik van dwang is.

← Terug naar het overzicht