Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Het voorwaardelijk basisinkomen

vrijdag 21 april 2017

Inleiding

Ik was een voorstander van het onvoorwaardelijk basisinkomen (waarbij de overheid aan iedere burger een vast inkomen verstrekt zonder inkomenstoets of werkverplichting). Maar de recente discussies hebben mij van mening doen veranderen. Dat is een verdienste van de pleitbezorgers, want het doel van een debat is niet de overwinning, maar een dieper inzicht.

De belangrijkste reden is uiteraard dat de argumenten niet overtuigen. Ik besteed er de rest van deze blog aan. Maar ook de slogans zijn slecht gekozen: als het basisinkomen iets niet is of mag zijn, dan is het wel een recht op luiheid. Ten slotte geloof ik niet in de onafwendbaarheid der dingen. Vele voorstanders slaan vandaag het debat plat met "de vraag is niet of het er komt, maar wanneer".

 

1. Robotisering

Zo beweren voorstanders van het basisinkomen dat de welvaart anders moet verdeeld worden, omdat robots jobs zouden vernietigen. Dat zei men twee eeuwen geleden ook, toen de stoommachines in gebruik werden genomen. Niets is minder waar. Robotisering zal voor andere jobs zorgen (o.a. in onderhoud en programmering van robots, maar ook in nieuwe producten en diensten) en is zelfs noodzakelijk om de welvaart op peil te houden in een vergrijzende samenleving. Robotisering moet dus niet gevreesd, maar omarmd worden.

De voorstanders spreken zich hier ook tegen. Ze beweren immers dat het basisinkomen de ongelijkheid en de armoede zal verdringen, omdat het zorgt voor meer ondernemerschap, vrij initiatief en bijscholing… dus ook in tijden van robotisering. Begrijpe wie kan.

 

2. Financiering

De voorstanders stellen verder dat het basisinkomen in België gefinancierd zou kunnen worden door het torenhoge overheidsbeslag (53% bbp) te verlagen naar het Nederlandse niveau. Dat zou 37 miljard euro opleveren, dat kan besteed worden aan een basisinkomen. Waardoor het overheidsbeslag zich meteen weer op datzelfde torenhoge niveau bevindt. Een onlogisch en onzalig idee vind ik dat. Het basisinkomen moet net zorgen voor een slankere overheid.

 

3. Loon naar werken

Wie vandaag een job aanneemt, riskeert om er financieel op achteruit te gaan. Het nettoloon is vaak te laag om het verlies van sociale voordelen en de bijkomende kosten (transport, kinderopvang) te compenseren, waardoor inactiviteit een rationele keuze wordt. Dat is niet zo bij het onvoorwaardelijke basisinkomen dat altijd wordt uitgekeerd, waardoor er geen armoede- of werkloosheidsval kan optreden. Dat is de grote troef die mij nog steeds aanspreekt. Het basisinkomen is geen recht op luiheid, maar integendeel een bevrijding uit gedwongen luiheid. Het biedt wel de mogelijkheid tot luiheid, maar ook tot creativiteit en ondernemerschap. Meer zelfs, het beloont nuttige arbeid die vandaag onbetaald is, zoals huishoudelijke taken, vrijwilligerswerk of mantelzorg, en zorgt voor een stuk emancipatie van wie nu financieel afhankelijk is van een ander.

Toch botst het onvoorwaardelijke basisinkomen op het meritocratische principe van loon naar werken. Voor wat, hoort wat. De samenleving mag wat terugvragen in ruil voor een inkomen. Dat principe (naast het onderhoud van beroepsvaardigheden en sociale contacten) ligt ook ten grondslag aan de gemeenschapsdienst die van langdurig werklozen wordt gevraagd. Wie voorstander is van een onvoorwaardelijk basisinkomen, kan dus geen voorstander zijn van de gemeenschapsdienst.

Het basisinkomen kan echter wel gekoppeld worden aan de verplichting tot het verrichten van een aantal uren gemeenschapsdienst.[1] Zo vormt het basisinkomen geen vrijgeleide tot luiheid meer. Daarenboven vervalt meteen het nationaliteitsprobleem, waarmee de voorstanders van het onvoorwaardelijk basisinkomen blijven worstelen. Tegenstanders uiten dan weer het verwijt dat het basisinkomen onvoldoende selectief is, omdat zowel arm als rijk het krijgt. Door de verplichting tot gemeenschapsdienst staat daar wel iets tegenover. En wie (veel) meer verdient op de reguliere arbeidsmarkt, zal wellicht geen tijd hebben voor het verrichten van een gemeenschapsdienst, waardoor het basisinkomen vervalt.

 

4. Sociaal contract

In de jaren zeventig werd het basisinkomen vooral beschouwd als een recht om uit het huidige samenlevingsmodel te stappen. De bedoeling was een pacificatie tot stand te brengen tussen de antikapitalistische stadsguerrilla’s en de goegemeente. Vandaag bestaat echter de vrees dat het basisinkomen tot sociaal isolement kan leiden, wat de basisvoorwaarde voor radicalisering vormt. Dat is de tweede reden voor een koppeling van het basisinkomen aan een gemeenschapsdienst. Werk leidt immers ook tot sociale contacten en betrokkenheid.

 

5. Fiscaliteit

In een eenvoudig belastingstelsel zijn er geen belastingbrieven met aftrekposten meer, maar enkel nog bevrijdende bronbelastingen (bv. op lonen, verkopen en vermogenswinsten). Hierdoor verdwijnt ook het belastingvrij minimum, waardoor de belastbare basis van de eerste tot de laatste euro aan hetzelfde tarief belast wordt. De belastingdruk is dan proportioneel en niet langer progressief. Om het draagkrachtprincipe in stand te houden, moet daarom een belastingvrije basisbijslag worden ingevoerd, d.i. een beperkt basisinkomen dat de progressiviteit herstelt. (Zie tabel onderaan).

 

6. Armoede

Tenslotte blijkt uit een recent onderzoeksrapport van de OESO dat een budgetneutraal basisinkomen niet zorgt voor minder armoede, integendeel. Indien alle werkloosheidsuitkeringen, leeflonen, kinderbijslagen, brugpensioenen, enz. vervangen zouden worden door één basisinkomen dat wordt uitgekeerd aan alle niet-gepensioneerde volwassenen en kinderen, dan zakt de uitkering tot ver onder de armoedegrens. Vooral alleenstaande ouders zouden tot de typische verliezers behoren, omdat de huidge sociale bescherming zou wegvallen. Het basisinkomen doet de armoede dus stijgen, schrijft de OESO. Uiteraard kan het basisinkomen worden opgetrokken tot aan de armoedegrens. Maar dan zijn er bijkomende middelen, lees: belastingen, nodig om het systeem te financieren, met alle economische gevolgen vandien. De OESO besluit dat het basisinkomen geen oplossing biedt voor de sociale uitdagingen, maar dat de discussie erover wel helpt om de sterke punten en de verbeterpunten van de huidige sociale zekerheid helder te krijgen. En daar ben ik het volmondig mee eens.

 

Conclusie

Het basisinkomen is enkel haalbaar indien de onvoorwaardelijkheid wordt losgelaten en het gekoppeld wordt aan een gemeenschapsdienst, of indien het beperkt wordt tot een belastingvrije basisbijslag.

 

______________

 

Rekenvoorbeeld: belastingpercentage 30%, basisbijslag 300 euro

Basisbijslag

Bruto loon

Belastingen

Netto loon

Inkomen

Belastingdruk

300

0

0

0

300

-100,0%

300

500

150

350

650

-30,0%

300

750

225

525

825

-10,0%

300

1000

300

700

1000

0,0%

300

1500

450

1050

1350

10,0%

300

2000

600

1400

1700

15,0%

300

3000

900

2100

2400

20,0%

300

5000

1500

3500

3800

24,0%

 

 



[1] Een basisinkomen gekoppeld aan een gemeenschapsdienst vertoont enige gelijkenis met het zogenaamde basisloon dat gekoppeld is aan studie en/of werkbereidheid. Het nadeel van het basisloon is de beperking tot 24 jaar. Zodra die voorwaarde vervuld is, dreigt de 25-jarige in een armoedeval terecht te komen.

← Terug naar het overzicht