Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Politieke vernieuwing: 100 voorstellen voor democratie en tegen oligarchie

maandag 15 mei 2017  Lode Vereeck i.s.m. Rik Daems, Willem-Frederik Schiltz en Annemie Turtelboom

 

Inleiding

De huidige democratische instellingen en spelregels voldoen niet meer. Nochtans is meer democratie het beste wapen tegen machtsmisbruik en populisme. De uitgangspunten van de politieke vernieuwing zijn even duidelijk als eenvoudig: we versterken de democratie en verzetten ons tegen elke vorm van machtsconcentratie in de politiek en de economie.

In deze blog (*) wil ik een algemeen kader (geen regeltjes) schetsen waarbij dezelfde principes zoveel als mogelijk voor alle bestuursniveaus gelden, en een aantal concrete voorstellen doen, om de politieke vernieuwing praktisch vorm te geven. 100 voorstellen voor democratischere verkiezingen, een sterkere volksvertegenwoordiging en een betekenisvolle burgerparticipatie moeten er enerzijds voor zorgen dat de burgers en hun vertegenwoordigers terug meer macht krijgen. Anderzijds bestrijden deze maatregelen de oligarchie door een slankere uitvoerende macht, minder particratie en meer transparantie. Cruciaal is het herstel van de scheiding der machten tussen de burgers en hun vertegenwoordigers die niet tot de overheid behoren (of behoren te behoren) en de overheid (d.i. de uitvoerende macht en de administratie).

De blog bestaat uit vijf blokken die antwoorden proberen te geven op de volgende vijf vragen:

I. wat doet de burger zelf en welke specifieke taken besteedt hij uit aan de gemeenschap?

II. hoe kiest en krijgt de burger zijn onafhankelijke vertegenwoordiger die de overheid controleert?

III. wanneer is de burger zelf terug aan zet bij bepaalde overheidstaken?

IV. hoe kunnen de burger en zijn vertegenwoordiger zich beschermen tegen de machtsconcentratie bij de overheid en bij de partijen?

V. hoe zorgen we voor maximale openheid en transparantie in het overheidsapparaat?

 

I. De burger besteedt specifieke taken uit aan de gemeenschap

Wat doet de burger zelf en welke taken besteedt hij uit aan de gemeenschap? Elk debat over politieke vernieuwing vertrekt van een grondig debat over de dingen die we zelf doen en die we samen doen.

In ons land bedraagt het overheidsbeslag bijna 54 % van het bbp. Op een bbp van 420 miljard euro wil dat zeggen dat de overheid jaarlijks meer dan 226 miljard euro uitgeeft. Alleen Finland, Frankrijk en Denemarken geven in verhouding nog meer uit, maar de publieke dienstverlening in de Scandinavische landen is navenant. Niet zo in België, zoals blijkt uit de waar-voor-je-belastinggeld index van De Tijd.

De overheid moet dringend leren en durven loslaten. Ze moet meer ruimte creëren voor geëngageerde burgers en bedrijven. Wij willen een slanke maar sterke overheid, die minder opdrachten uitvoert en die uitsluitend bezig is met de best mogelijke dienstverlening naar de burger als klant. Daarom dringt zich een kerntakendebat op. Daarna volgt dan de vraag naar de optimale schaal en mate van overheidsactiviteiten. Dit kerntaken- en schaaldebat moet plaatsvinden op elk niveau: Europees, nationaal, regionaal, (provinciaal, intercommunaal), gemeentelijk.

 

In principe wordt een activiteit best overgelaten aan de individuele burgers die met elkaar in competitie treden op de vrije markt, of aan geëngageerde burgers die zich (lokaal) organiseren en (maatschappelijke) meerwaarde creëren.

Tenzij: Is de activiteit van nationaal-strategisch belang (zoals veiligheid)?
Ja, dan is er een rol voor de overheid.

Nee, dan luidt de vraag: Is er maar plaats voor één speler in de markt (natuurlijk monopolie) die de dienst kan aanbieden (zoals riolering)? M.a.w. stijgen de gemiddelde kosten zodra er twee spelers zijn die de markt moeten delen?  
Ja, dan is er een rol voor de overheid.

Nee, dan luidt de vraag: Gaat het om een collectief goed waar iedereen van kan genieten zonder te betalen (zoals dijken), waardoor productie op vrijwillige basis niet gebeurt?
Ja, dan is er een rol voor de overheid.

Nee, dan luidt de vraag: Zijn er belangrijke maatschappelijke kosten of baten (zoals milieu-impact) die de markt niet opvangt (zoals waterzuivering)?
Ja, dan is er een rol voor de overheid.

 

Het tweede luik van het kerntakendebat is de vraag naar de juiste schaal en mate vanoverheidsoptreden. Als we bepaald hebben welke kerntaken de overheid moet uitvoeren, dan komt het erop aan dat de overheid zich zo optimaal mogelijk organiseert. Ons land kent gezien de schaalgrootte (30.528 km² en 11,3 miljoen inwoners) teveel bestuursniveaus en politieke structuren (en bijgevolg mandatarissen – zie verder). Zo eenvoudig het is om overheidsstructuren bij te creëren, zo moeizaam is het om ze opnieuw te doen verdwijnen. We kunnen het echt wel met minder stellen. De overheid leeft boven hun stand en moet dringend op dieet om terug vitaal te worden.

Op welk niveau doen we bepaalde taken samen? De weg naar een efficiënte en moderne overheid vereist een rationele en zakelijke benadering. Wat doen we best op het lokale niveau? Wat doen we best samen als steden en gemeenten? En wat niet? Sommige taken kunnen gezien de schaalvoordelen best op een hoger niveau door de Vlaamse, federale of Europese overheid georganiseerd worden. Beleidsefficiëntie en -effectiviteit zijn daarbij het enige juiste uitgangspunt. Daarin wordt het subsidiariteitsbeginsel en het minimaal gebruik van dwang (maximale vrijheid) gehanteerd.

 

In principe wordt een activiteit best overgelaten aan de gemeenten.

Tenzij: heeft de taak van de overheid een impact tot over de grenzen van een gemeente?
Ja, dan is er een rol voor een intercommunale (of tot nader order: provincie).

Nee, dan luidt de vraag: heeft de taak van de overheid een impact tot over de grenzen van een (grote) groep gemeenten? Ja, dan is er een rol voor de regio's (gewesten en gemeenschappen).

Nee, dan luidt de vraag: heeft de taak van de overheid een impact tot over de grenzen van een deelstaat? Ja, dan is er een rol voor België.

Nee, dan luidt de vraag: heeft de taak van de overheid een impact tot over de grenzen van een land? Ja, dan is er een rol voor Europa.

Kortom, de taak moet uitgevoerd worden op het niveau waar het de meeste impact heeft.

Tenslotte moet de vraag gesteld worden: welke aanpak levert het gewenste maatschappelijke resultaat met zo weinig mogelijk dwang?

 

In principe proberen we het gewenste resultaat te behalen door sensibilisering.

Is sensibilisering doeltreffend? Nee, dan: zelfregulering.

Is zelfregulering doeltreffend? Nee, dan: aansprakelijkheid.

Is aansprakelijkheid doeltreffend? Nee, dan: belastingen en/of subsidies.

Zijn belastingen en/of subsidies doeltreffend? Nee, dan: regulering (licenties).

Is regulering doeltreffend? Nee, dan: normering (boetes).

Is normering doeltreffend? Nee, dan: overheidsproductie of verbod.

Op die vragen moet een zakelijk antwoord gegeven worden dat de efficiënte en kwaliteit van de publieke dienstverlening bevordert.

 

Voorstellen - overheidstaken:

  1. Schuldenrem in de grondwet naar Duits voorbeeld: plafond van 80% bbp.
  2. Overheidsbeslag in de grondwet: plafond van 50% bbp.
  3. Invoering van ‘efficiency acts’, waarbij Vlaamse en federale overheidsdiensten op een externe en onafhankelijke manier door de markt getest worden op hun werking en prestaties (‘right to challenge’).
  4. Afschaffing van of nieuwe rol voor de provincies als bovenlokale coördinator.
  5. Vermindering van het aantal lokale besturen (fusies op vrijwillige basis).
  6. Vermindering van het aantal intercommunales, met kritische doorlichting om de 5 jaar (zie ook par. IV. Intercommunales).
  7. Vermindering van het aantal gesubsidieerde advies- en overlegorganen. Op het Vlaamse niveau kunnen 2/3 van de ca. 180 instellingen gesaneerd worden. Op het lokale niveau moeten steden en gemeenten zelf kunnen bepalen welke raden ze wensen (of niet).
  8. Afschaffing van of nieuwe rol voor de senaat. Zinvolle invulling en geen blokkering zolang de instelling bestaat, ofwel een omvorming tot kamer-der-deelstaten.
  9. Invoering van ‘sunset’ clausules op wetgeving.

 

II. De burger kiest direct zijn onafhankelijke vertegenwoordiger

Het evenwicht tussen de verschillende spelers in de democratie (vertegenwoordiging, uitvoerende macht, partijen) is heel delicaat, en in de praktijk al te vaak verstoord. Zo hebben een technocratische bureaucratie en de uitvoerende macht vaak te veel macht ten koste van het parlement of de gemeenteraad. Hoe vergroten we de macht van de burger en zijn vertegenwoordiger? Hoe verstevigen we terug de parlementaire democratie?

 

II.1. Democratischere verkiezingen

In een liberale democratie vertrekt de beslissingsmacht vanuit de burgers. Voor bepaalde taken en activiteiten delegeren zij hun macht aan hun vertegenwoordigers via verkiezingen, en roepen hen ter verantwoording. Die vertegenwoordigers controleren namens de burgers de regering of het schepencollege, en roepen die op hun beurt ter verantwoording. De administratie voert de beslissingen uit.

Hoe kiest en krijgt de burger zijn vertegenwoordiger? Zonder afbreuk te doen aan de intrinsieke waarde van onze liberale democratie, kan de manier waarop we onze verkiezingen organiseren beter, waarbij de stem van de burger maximaal gewaardeerd wordt. Nog steeds zwakken teveel regels en procedures het verkiezingsresultaat af. Zo leidt bv. het systeem van lijststemmen en opvolgers ertoe dat niet zozeer de stem van de kiezer, maar wel de plaats op de lijst bepaalt wie uiteindelijk gaat zetelen. Bijgevolg krijgt de kiezer niet steeds de vertegenwoordiger die hij gekozen heeft, maar die de partij gekozen heeft. Dit moet anders en beter.

 

Voorstellen - verkiezingen:

  1. Afschaffing van de opkomstplicht. Ook niet gaan stemmen is een vrije politieke keuze.
  2. Neutralisering van de lijststem.
  3. Afschaffing van de opvolgerslijsten.
  4. Afschaffing van de kiesdrempel.
  5. Stemrecht vanaf 16 jaar.
  6. Meer keuzevrijheid: herinvoering van panacheren, d.i. verdelen van de stem over verschillende partijen.
  7. Federale kieskring, zodat Nederlandstalige burgers van ons land ook op alle Franstalige politici kunnen stemmen (en omgekeerd). Niet de taal, maar de ideeën tellen.
  8. Vlaamse kieskring, zodat burgers in bepaalde provincies ook op Vlaamse politici van andere provincies kunnen stemmen (en omgekeerd).
  9. Stemrecht voor Belgen in het buitenland, ook voor de deelstaatverkiezingen.
  10. Keuze voor studenten om te stemmen in hun studentenstad bij lokale verkiezingen.
  11. Samenvallende verkiezingen: Europees, nationaal, Vlaams.
  12. Rechtstreekse verkiezing van de burgemeester.
  13. Rechtstreekse verkiezing van de provinciegouverneur, zolang dit niveau bestaat.
  14. Primaries voor het lijsttrekkerschap door geregistreerde kiezers, niet enkel leden (na betaling van ‘registration fee’ en ondertekenen van de basisbeginselen van een partij).
  15. E-democracy: elektronisch stemmen voor alle verkiezingen (en volksraadplegingen - zie ook par. III. Burgerparticipatie).
  16. E-democracy: vereenvoudiging van de kiesmodaliteiten: van thuis uit of via smartphone.
  17. Elektronisch stemmen: op het scherm moet de kiezer rechtstreeks een kandidaat kunnen aanduiden en niet via de keuze voor een partij passeren.

 

II.2. Sterke, onafhankelijke vertegenwoordiging

De parlementsleden moeten hun rol ten volle spelen, met wetgevende initiatieven en met het eisen van verantwoording door de ministers. Dit vereist zowel kwaliteit als geloofwaardigheid van de volksvertegenwoordigers. Hetzelfde principe geldt voor de gemeenteraadsleden t.o.v. het gemeentebestuur. Hoe zorgen we ervoor dat de vertegenwoordiger van de burgers in alle onafhankelijkheid kan werken?

We herstellen de scheiding der machten tussen de vertegenwoordigers van de burger enerzijds en de uitvoerende macht en de partijen anderzijds. Het parlement zou de eerste waakhond van de regering moeten zijn, de gemeenteraad van het gemeentebestuur. Samen met de rechterlijke macht, een kritische vrije pers en mondige burgers, houden ze de machthebbers nederig en scherp. Dat is essentieel in een liberale democratie. Het is een systeem van geïnstitutionaliseerd, gezond wantrouwen.

Ik strijd tegen tegen elke vorm van machtsconcentratie. Zowel in de private als de publieke sector. Daarom verzet ik mij tegen monopolies die de werking van de vrije markt verstoren. Daarom pleit ik voor stevige ‘checks-and-balances’ in het politieke systeem. De machtsconcentratie wordt tegengegaan door de vertegenwoordigers, niet door de uitvoerenden die net macht moeten verzamelen en aanwenden. Het is belangrijk dat er voldoende sterke verkozenen zijn, opdat de democratie niet verglijdt naar een oligarchie.

Om hun onafhankelijkheid te waarborgen, moeten volksvertegenwoordigers op het nationale en gemeentelijke vlak voor hun belangrijke taken correct betaald en omkaderd worden. Alleen die opdrachten, functies (en titels) waar een werkelijke extra inspanning tegenover staat, mogen extra vergoed worden (binnen redelijke grenzen uiteraard). Ze moeten ook iedere vorm van belangenvermenging vermijden. Alleen het algemeen belang telt voor hen.

 

Voorstellen - vertegenwoordiging van het volk:

  1. Scheiding der machten tussen vertegenwoordigende en uitvoerende mandaten.
    • Decumul voor parlementslid en uitvoerend mandataris van een centrumstad.
    • Burgemeester en schepenen maken geen deel meer uit van de gemeenteraad. De gemeenteraad zal het bestuur meer gaan controleren.
    • Instelling van gemeentelijke rekenkamers als controle-instrument.
  2. Toegang van parlementsleden en gemeenteraadleden tot alle documenten en contracten van de overheid, ook als die geheim of vertrouwelijk zijn.
  3. Veralgemening van parlementaire en gemeentelijke voortgangsrapportages.
  4. Initiatief voor regeringsvorming bij het parlement.
  5. Instemming van parlement bij buitenlandse militaire missies.
  6. Beslissing door parlement van investeringen van groot maatschappelijk belang (bv. vanaf 500 miljoen euro).
  7. Oprichting van een interfederale parlementaire tegenhanger van Overlegcomité.
  8. Doorstart van Comité Wetsevaluatie: van technisch-juridische verbeterdienst naar beleidsevaluator
  9. Bekrachtiging en afkondiging van wetten door de Kamervoorzitter.
  10. Open verkiezing van de parlementsvoorzitter, beslist door parlement, niet door partijen.

 

  1. Vermindering van aantal verkozenen i.f.v. budget (controlerende rol) of inwoners (vertegenwoordigende rol). Zie ook: Bijlage.
  2. Objectieve benchmarking van het loon en statuut van de vertegenwoordigers: koppeling aan bepaalde functie (bv. Staatsraad, voorzitter Hof van Beroep).
  3. Doorlichting van de taken en verloning van verschillende functies: parlementslid, commissievoorzitter, fractievoorzitter, parlementsvoorzitter.
  4. Loon van parlementslid voor een deel afhankelijk van aanwezigheid in commissies.
  5. Decumul van voorzitterschappen van commissies, zodat er geen agendaproblemen zijn.
  6. Transparant online overzicht van alle private en publieke mandaten (federaal, Vlaams, lokaal) en van alle vergoedingen uit publieke mandaten die verband houden met de functie van parlementslid of gemeenteraadslid.
  7. Compliance code voor private mandaten van parlementsleden: ‘comply or explain’ in compliance committee.
  8. Betere omkadering van gemeenteraadsleden.

 

III. De burger beslist zelf over bepaalde taken van de overheid

De burger delegeert zijn macht aan zijn vertegenwoordiger om de overheidstaken te organiseren en controleren, maar in de 21ste eeuw neemt die burger terecht geen genoegen meer met eens om de vijf jaar te gaan stemmen. Hij of zij wil meer betrokken worden bij het beleid en het mee vorm geven.

De evolutie van vrijblijvende inspraak naar actieve burgerparticipatie is ingezet. Maar we moeten verder durven gaan: wanneer is de burger zelf (terug) aan zet? Er wordt volop geïnvesteerd in allerlei democratische experimenten. In Antwerpen en Gent maakt de burgerbegroting zijn intrede. In Mechelen en Kortrijk zijn ‘budgetgames’ geïntroduceerd en worden burgers actief betrokken bij de stadsvernieuwing. Ook de Vlaamse regering laat burgers meedenken over het beleid via burgerkabinetten. Al die initiatieven worden positief onthaald en verdienen uitbreiding.

 

Voorstellen - burgerparticipatie:

  1. Aanduiden op de belastingbrief van prioriteiten inzake besteding van deel van de belastingen.
  2. Aanduiden bij de verkiezing van prioriteiten inzake meerjarenbegroting / besteding van deel van de belastingen.
  3. Burgerbegrotingen op het lokale niveau (participatief traject).
  4. Burgerbegrotingen op gewestelijk niveau (participatief traject).
  5. Digitale informatiefiches (open apps en open data) over begroting (Vlaams, Brussels en federaal).
  6. Mogelijkheid tot ‘right to challenge’: burgers dagen de overheid uit om bepaalde taken over te nemen, omdat ze de dienstverlening ofwel goedkoper of beter kunnen uitvoeren.
  7. Omkering wet openbaarheid van bestuur: alles proactief openbaar, tenzij er gegronde redenen tegen zijn (bewijslast verschuift van burger naar overheid).
  8. Mogelijkheid tot nationale en gewestelijke volksraadpleging over cruciale maatschappelijke thema’s onder bepaalde voorwaarden (niet over internationale verdragen of afspraken, niet over financiën en begroting, steeds met grondwettelijke grendels).
  9. Uitbreiding van het petitierecht tot de invoering van een écht burgerinitiatief in het parlement via een elektronisch platform.
  10. Experimenteren met wiki-wetgeving, waarbij burgers mee kunnen nadenken en schrijven aan wetteksten.
  11. Gebruik van burgertops of deliberatieve peilingen om de mening van geïnformeerde burgers te kennen rond maatschappelijke thema’s.
  12. Portefeuille van Democratie & Participatie toevertrouwen aan minister, om bottom-up burgerparticipatie te faciliteren, naar Nederlands model (‘democratic challenge’).

 

IV. De uitvoerende macht en de particratie worden getemd

We herstellen de scheiding der machten tussen de vertegenwoordigers van de burger enerzijds en de uitvoerende macht anderzijds. Hoe kan de burger en zijn vertegenwoordiger de machtsconcentratie, die inherent is aan de uitvoerende macht, aan banden leggen? Dat gebeurt in de eerste plaats door de overheidskolos (regering/schepencollege en administratie) af te slanken.

We kennen een bijzonder complexe staatsstructuur als gevolg van de opeenvolgende staatshervormingen. Zo telt ons land 8 regeringen, 56 ministers en 68 ministerposten, met meer dan 2.000 kabinetsmedewerkers in totaal. Er zijn steeds bestuurslagen bijgekomen (Europees, Vlaams, intercommunaal), zonder dat er niveaus verdwenen zijn (provincies). De uitvoerende macht heeft dus een gigantisch waterhoofd, waarbij teveel kapiteins het stuur in handen willen houden en de koers bepalen.

De burger zou slechts met een beperkt aantal ministeries in contact moeten komen, en zou de bevoegde ministers op twee handen moeten kunnen tellen en benoemen. Hetzelfde principe geldt voor lokale uitvoerende mandaten (schepenen). Heldere bevoegdheden en verantwoordelijkheden, heldere lijnen van verantwoording. Iedere vorm van belangenvermenging voor hen is uit den boze. De uitvoerende macht is steeds voorwaardelijk, die gecontroleerd wordt door de verkozen wetgevende macht (parlement, gemeenteraad) en finaal de burgers.

Daarnaast moet ook de scheiding der machten tussen de vertegenwoordigers van de burger enerzijds en de partijen anderzijds hersteld worden.

 

Voorstellen - uitvoerende macht:

  1. Beperking van opeenvolgende uitvoerende mandaten (tot 2 legislaturen), om machtsconcentratie tegen te gaan.
  2. Hoorzitting van kandidaat-ministers naar voorbeeld van Europese Commissie. Parlement benoemt ministers na de hoorzitting.
  3. Volledige decumul voor ministers. Ontluizingsperiode voor oud-ministers van 24 maanden in sector van bevoegdheid. Geen uittredingsvergoeding wanneer de oud-minister andere professionele activiteiten opneemt.
  4. Maximaal 10 ministeries naar Nederlands model.
  5. Maximaal 5 ministers op federaal en regionaal niveau, aangevuld met premier of minister-president.
  6. Hervorming van de Vlaamse overheid in 5 beleidsdomeinen: welzijn, onderwijs, economie, ruimte en financiën.
  7. Hervorming van de federale overheid in 5 beleidsdomeinen: binnenland, buitenland, sociale zekerheid, gezondheid en financiën.
  8. Afschaffing van staatssecretarissen in huidige vorm. Max. 2 staatssecretarissen ter ondersteuning van (2x5) ministers, zonder apart budget/kabinet, naar Nederlands model: bv. minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Justitie.
  9. Afschaffing van de arrondissementscommissariaten.
  10. Verdere afslanking van aantal kabinetsmedewerkers, naar Vlaamse voorbeeld.
  11. Rechtstreekse verkiezing van de Eerste Minister.
  12. Rechtstreekse verkiezing van de provinciegouverneur, zolang dit bestuursniveau bestaat.
  13. Rechtstreekse verkiezing van de burgemeester.
  14. Hoorzitting van kandidaat-burgemeester en -schepenen in gemeenteraad, die benoemt na de hoorzitting.
  15. Scheiding der machten tussen vertegenwoordigende en uitvoerende mandaten.
    • Burgemeester en schepenen maken geen deel meer uit van de gemeenteraad.
    • Decumul voor parlementslid en uitvoerend mandataris van een centrumstad.
  16. Herinvoering van opgave aan de gemeenteraad van bezoldigde activiteiten naast het mandaat van burgemeester en schepen.
  17. Deontologische code voor kabinetsmedewerkers om belangenvermenging te voorkomen: online opgave van publieke en private mandaten, en vergoedingen uit publieke mandaten.
  18. Invoering van een gegarandeerde antwoordtermijn door de administratie, gekoppeld aan de regel van het stilzwijgend akkoord (lex silentio positivo).

 

Voorstellen - particratie:

  1. Neutralisering van de lijststem.
  2. Afschaffing van de opvolgerslijsten.
  3. Elektronisch stemmen: op het scherm moet de kiezer rechtstreeks een kandidaat kunnen aanduiden en niet via de keuze voor een partij passeren.
  4. Meer keuzevrijheid: herinvoering van panacheren, d.i. verdelen van de stem over verschillende partijen.
  5. Primaries voor het lijsttrekkerschap door geregistreerde kiezers, niet enkel leden (na betaling van ‘registration fee’ en ondertekenen van de basisbeginselen van een partij).
  6. Volgorde op de lijst bepaald door aantal voorkeursstemmen bij vorige verkiezing.
    • Of albetische volgorde op de lijst na loting van beginletter familienaam.
  7. Lagere publieke financiering van de partijen: vermindering van financiering per stem.
  8. Vermindering van federale financiering per stem bij afschaffing senaat.
  9. Instellen van bovengrens: maximumfinanciering per partij, om concurrentie te bevorderen.
  10. Transparante private financiering van partijen.

 

De voorbije weken en maanden zijn de zoeklichten vol gezet op het ingewikkeld kluwen van intercommunales. De vaak goedbedoelde intergemeentelijke samenwerking is volledig ontspoord in de schaduw van de macht. Zoals gezegd, moet er eerst een kerntakendebat gevoerd worden: wat moet de overheid nog doen, en wat niet? Dan moet er grote kuis gehouden worden. We professionaliseren en privatiseren waar nodig, met een optimale dienstverlening naar de burger als klant voor ogen.

De intercommunale is een uitvoerend bestuurlijk niveau, dat slechts indirect gecontroleerd wordt, m.n. door de afvaardiging vanuit de gemeenten en de verantwoording in de gemeenteraden. Het is duidelijk dat dit systeem vandaag onvoldoende transparant en efficiënt werkt.

 

Voorstellen - intercommunales:

  1. Vermindering van het aantal intercommunales en andere semipublieke structuren, met kritische doorlichting om de 5 jaar. Zie ook: par. I. Kerntaken- en schaal debat.
  2. Beperking van het aantal mandaten per mandataris in intercommunales en andere semipublieke structuren.
  3. Aanduiding van mandatarissen in intercommunales en andere semipublieke structuren op basis van expertise en ervaring, bij voorkeur de bevoegde schepen die verantwoording aflegt aan de democratisch verkozen gemeenteraad.
  4. Geen extra vergoedingen voor de bevoegde schepen voor taken in intercommunales en andere semipublieke structuren (onderdeel van takenpakket).
  5. Beperkte vergoeding voor een gemeenteraadslid voor taken in intercommunales, maar ook in andere semipublieke structuren.
  6. Betaling van vergoeding uit publieke mandaten in intercommunales en andere semipublieke structuren aan natuurlijke personen, niet aan (management)vennootschappen.
  7. Zelfde regels van public governance voor de intercommunales en semipublieke structuren.
  8. Gedeeltelijke beursgang, waardoor nog striktere regels van corporate governance gelden.
  9. Zelfde begrotings- en boekhoudkundige regels voor de intercommunales en semipublieke structuren (m.n. BBC).

 

V. De burger heeft recht op transparante werking van de overheid

Transparantie zal de regel worden in de nabije toekomst, en niet langer de uitzondering. Dit geldt voor zowel private bedrijven als overheden en politici. Dit is een evolutie die niet te stoppen of terug te draaien is, en dat is een goede zaak. De burger of de klant wint hier alleen maar bij: hij of zij heeft meer informatie dan ooit ter beschikking om de best mogelijke keuze te maken, voor zichzelf en voor anderen.

Hoe zorgen we voor maximale transparantie? De politiek zal niet alleen transparant moeten zijn over de mandaten en vergoedingen, maar ook over haar besluitvorming. De publieke opinie is hier terecht gevoeliger voor geworden, want de politici worden met belastinggeld betaald.

De overheid en politiek moeten nog wel een inhaalbeweging doen op het vlak van meer transparantie en ethiek. Een blik op de bedrijfswereld kan hiervoor inspiratie bieden, want via jaarverslagen, onafhankelijke audits, prestatiemonitoring en renumeratiecomités wordt heel veel gedetailleerde informatie over bedrijven bloot gelegd. Een meer professionele en private inbreng in een publieke omgeving zal dus automatisch tot meer transparantie voor de burger als klant zal leiden.

 

Voorstellen - transparantie:

  1. Omkering wet openbaarheid van bestuur: alles proactief openbaar, tenzij er gegronde redenen tegen zijn (bewijslast verschuift van burger naar overheid).
  2. Toegang van parlementsleden en gemeenteraadsleden tot alle documenten en contracten van de overheid, ook als die geheim of vertrouwelijk zijn.
  3. Deontologisch charter en/of statuut voor lobbyisten.
  4. Jaarlijks openbaar overzicht van alle organisaties die subsidies ontvangen, met bedragen en motivering.
  5. Transparantie over verloning en belangen van de vertegenwoordigers: online overzicht van alle private en publieke mandaten (federaal, Vlaams, lokaal) en van alle vergoedingen uit publieke mandaten die verband houden met de functie van parlementslid of gemeenteraadslid.
  6. Compliance code voor private mandaten van parlementsleden: ‘comply or explain’ in compliance committee.

 

 

Bijlage

Parlementen

België

Vlaanderen

Wallonië

Brussel

Totaal

Vertegenwoordigers

150 (+5)

124

75

89

438 (+5)

Inwoners

11.260.000

6.500.000

3.600.000

1.160.000

11.260.000

- Inwoners/

vertegenwoordiger

75.067

52.419

48.000

13.034

51.416

- Federale norm

150

87

48

15

300

- Verschil

-5

-37

-27

-74

-143

Budget (euro)

130 mrd

40 mrd

25 mrd

5 mrd

200 mrd

- Budget (euro)/

vertegenwoordiger

867 mio

323 mio

333 mio

56 mio

457 mio

- Federale norm

150

46

29

6

231

- Verschil

-5

-78

-46

-83

-212

 



 (*) De standpunten in deze blog weerspiegelen mijn persoonlijke opvattingen. Ze binden noch mijn partij, noch mijn fractie.

← Terug naar het overzicht