Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Vereeck stelt vragen over fiscale behandeling van Nederlandse AOW in Belgiƫ

vrijdag 2 december 2016  Lode Vereeck

SENAAT - Schriftelijke vragen

Ingediend: 30 mei 2016, einde antwoordtermijn: 30 juni 2016

 

Van: Senator Lode Vereeck

Aan: Minister van Financiën

Aangaande: AOW-uitkering – fiscale behandeling

 

Personen die in Nederland gewoond of gewerkt hebben, kunnen rekenen op een basispensioen van de Rijksoverheid, de zogenaamde AOW of Algemene Ouderdomswet. De rechthebbenden krijgen een AOW-uitkering uitbetaald vanaf het moment dat de AOW-leeftijd is bereikt tot het overlijden. Op hun AOW-pensioen zijn de gerechtigden in Nederland geen belasting verschuldigd. Het basispensioen is met andere woorden in Nederland een belastingvrij inkomen.

In ons land komt het voor dat inwoners van België, die in Nederland gewoond of gewerkt hebben, maar weliswaar niet (meer) in Nederland gedomicilieerd zijn, een AOW-uitkering of basispensioen van de Nederlandse Rijksoverheid ontvangen.  

Ik heb volgende vragen voor de minister:

1. Worden personen die in België gedomicilieerd zijn en die wegens hun geleverde beroepsactiviteiten in Nederland recht hebben op een volledig of gedeeltelijk AOW-Pensioen van de Nederlandse Rijksoverheid, door de Belgische fiscus belast op hun AOW-uitkering?

a. Zo ja, op basis van welke wetgeving wordt deze belasting geheven?

b. Hoeveel bedraagt het belastingtarief/ven waartegen de Nederlandse AOW-uitkering van inwoners van België belast?

c. Is de fiscale behandeling van het AOW-pensioen in België afhankelijk van het feit of de Belgische belastingplichtige jaarlijks een Belgisch rustpensioen, eventueel verhoogd met een pensioenbonus, ontvangt? Zo ja, kan de minister dit nader verklaren?

 

SENAAT - Schriftelijke vragen

Antwoord: 27 juni 2016

 

Van: Minister van Financiën Johan Van Overtveldt

Aan: Senator Lode Vereeck

 

De Belgische rijksinwoners die wegens hun geleverde beroepsactiviteiten in Nederland recht hebben op een volledig of gedeeltelijk AOW-pensioen van de Nederlandse Rijksoverheid worden in België belast op hun AOW-uitkering.

Immers, overeenkomstig artikel 18, § 1, b van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland komt de heffingsbevoegdheid over dit inkomen toe aan België. Aangezien de AOW-uitkering in het voorliggende geval rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid gaat het internrechtelijk om een belastbaar pensioen in de zin van artikel 34, § 1, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Dergelijke pensioenen zijn gezamenlijk belastbaar tegen het progressief tarief.

De fiscale behandeling van het AOW-pensioen in België is onafhankelijk van het feit of de Belgische belastingplichtige jaarlijks een Belgisch rustpensioen, eventueel verhoogd met een pensioenbonus, ontvangt.

 

 

SENAAT - Schriftelijke vragen

Ingediend: 29 september 2016, einde antwoordtermijn: 3 november 2016

Rappel: 16 november 2016     

 

Van: Senator Lode Vereeck

Aan: Minister van Financiën

Aangaande: AOW-uitkering – fiscale behandeling (2)

 

Verwijzend naar mijn schriftelijke vraag [van 30 mei jl.] dank ik de minister voor het antwoord dat ik hierop op 27 juni laatstleden mocht ontvangen. De minister stelt in voormeld antwoord: “De Belgische rijksinwoners die wegens hun geleverde beroepsactiviteiten in Nederland recht hebben op een volledig of gedeeltelijk AOW-pensioen van de Nederlandse Rijksoverheid worden in België belast op hun AOW-uitkering.”. De rechtelijke grond en bijgevolg de heffingsbevoegdheid over dit inkomen vanwege België ligt, aldus de minister, vervat in artikel 18, § 1, b van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland. Verder stelt de minister in zijn antwoord: “Aangezien de AOW-uitkering in het voorliggende geval rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid gaat het internrechtelijk om een belastbaar pensioen in de zin van artikel 34, § 1, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.”.

Op de website van de Sociale Verzekeringsbank, de instantie die in Nederland instaat voor de uitbetaling van de AOW, wordt de AOW echter gedefinieerd als volgt: “De AOW is een basispensioen voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt. Woont of werkt u in Nederland, dan bent u zeer waarschijnlijk verzekerd voor de AOW.”. Uit deze omschrijving blijkt dat de AOW een leeftijdsgebonden en geen arbeidsgebonden uitkering betreft, in die zin vergelijkbaar met de kinderbijslag in België die ook niet fiscaal wordt belast. De AOW wordt met andere woorden uitgekeerd wegens de bereikte leeftijd, onafhankelijk van de uitgeoefende beroepsactiviteit van de AOW-uitkeringsgerechtigde. Iedereen die de AOW-leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont of gewoond heeft, heeft recht  op de AOW-uitkering; het maakt hierbij niet uit in welk land de uitkeringsgerechtigde thans woont.

Beide standpunten geven een verschillende en tegenstrijdige interpretatie van de AOW, met een afwijkende fiscale behandeling van deze basisuitkering in België tot gevolg.

Ik heb volgende vragen voor de minister:

1. In tegenstelling tot het standpunt en interpretatie van de minister heeft de AOW volgens de Nederlandse Sociale Verzekeringsbank noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks betrekking op een beroepswerkzaamheid.

Kan de minister nadere toelichting geven bij beide tegengestelde visies/standpunten omtrent de AOW en bij de fiscale behandeling die hieruit voortvloeit? Welk standpunt primeert en waarom? Met andere woorden: hoe kan een Nederlandse basisuitkering, die wordt toegekend op basis van ouderdom, door de Belgische fiscus worden benaderd als een pensioen dat voortvloeit uit een uitgeoefende beroepswerkzaamheid?

 

 

SENAAT - Schriftelijke vragen

Einde antwoordtermijn: 3 november 2016, rappel: 16 november 2016     

Antwoord: -

 

Van: Minister van Financiën Johan Van Overtveldt

Aan: Senator Lode Vereeck

 

...

← Terug naar het overzicht