Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Staatshervormingen jagen Belgiƫ op kosten

vrijdag 18 maart 2016  Bart Eeckhout

Nieuw onderzoek bevestigt wat velen vermoeden, maar niemand durft te zeggen. Er is een aantoonbare correlatie tussen het hoge overheidsbeslag en de federalisering van het land.

Bewijs voor die correlatie wordt geleverd door Rik Daems, Vlaams volksvertegenwoordiger namens Open Vld. Daems onderzocht, in het kader van een opleiding aan de KU Leuven, of er een verband is tussen de moeilijk te temmen overheidsuitgaven in dit land en de voortschrijdende federalisering. Het antwoord is ja.

”Een van de argumenten voor een verdere staatshervorming is altijd geweest dat het verschuiven van bevoegdheden en dus ook budgetten naar de deelstaten tot efficiënter en beter bestuur zou leiden”, legt Rik Daems uit. “Intuïtief heb ik me altijd afgevraagd of dat wel klopte. Alvast niet op algemeen budgettair vlak.”

Daems onderzocht hoe de overheidsuitgaven almaar toenemen tussen 1990 en 2014. Het overheidsbeslag gaat in die tijdspanne met drie knikjes omhoog. De laatste (en grootste) knik komt er na 2008, wanneer de financieel-economische crisis de sociale uitgaven in de lucht jaagt.

Dat kun je verwachten. Opmerkelijker is dat de twee andere knikjes komen in de jaren na een grote staatshervorming. Dat is het geval voor de periode 1990-1993, na de staatshervorming die onder meer zeggenschap over onderwijs naar de gemeenschappen verschuift. Hetzelfde doet zich nog helderder voor in 2001-2003, na de Lambermont-staatshervorming. Er is, voor de volledigheid ook nog een vierde knik, in 2005, maar dat is louter een boekhoudkundige kwestie omdat de federale overheid dan de schuld van de NMBS overneemt. Voor de jongste, zesde staatshervorming, zijn nog geen cijfers beschikbaar.

Daarmee heeft Rik Daems een intrigerende Belgische variant ontdekt op een bestaande economische wet: de hypothese van Peacock & Wiseman. Die stelt dat bij grote maatschappelijke schokken - oorlogen bijvoorbeeld - de overheidsuitgaven flink toenemen, terwijl ze naderhand niet weer zakken naar het oorspronkelijke niveau. In ons land hebben blijkbaar ook staatshervormingen zo een trapsgewijs effect.

 

Geen oorzakelijk verband

Daems nuanceert wel dat hij enkel een correlatie waarneemt, geen oorzakelijk verband. “Maar ik zie eerlijk gezegd in die periodes geen enkele andere politieke of maatschappelijke omstandigheid die zulke impact op de overheidsuitgaven kan gehad hebben. In het bedrijfsleven is synergie een algemeen aanvaard principe: door diensten samen te voegen, boek je efficiëntiewinst. Bij de staatshervormingen hebben we altijd het omgekeerde geloofd, dat juist splitsen tot efficiëntie zou leiden. Niet dus.”

Rik Daems introduceert daarom het begrip ‘schizonie’, als tegengestelde van synergie: splitsen leidt tot efficiëntieverlies. Logisch, meent hij. “Als je één centrale administratie vervangt door drie gewestelijke, dan moet je al erg efficiënt te werk gaan om globaal minder uit te geven.”

Maar er zit nog meer in het onderzoek van Daems. De totale overheidsuitgaven klimmen in België veel sneller dan de welvaart. Concreet gaat het, voor de periode 1990-2014, over een stijging in uitgaven met 210 procent tegenover een groei van het bruto binnenlands product (bbp) met 132 procent. Onderbelicht bleef tot dusver evenwel dat die stijging in zeer grote mate op het conto van de deelstaten te schrijven valt.

Splitsen we de uitgavengroei even uit: federaal komt er 148 procent bij. Ook dat is dus meer dan de groei in bbp, maar veel minder dan de groei bij de deelstaten: +274 procent! Dat gewesten en gemeenschappen mettertijd ook meer bevoegdheden en grotere budgetten gekregen hebben, speelt geen enkele rol. Het gaat hier enkel om een stijging in de uitgaven binnen de beschikbare bevoegdheden. En op deelstaatniveau gaat die stijging dus bijna dubbel zo snel als op federaal niveau.

Toch kleeft de slechte faam van ontsporende begrotingen en overheidsuitgaven vooral op het federale niveau, dat vooral een doorgeefluik is voor geïnde belastingen. Volgens Lode Vereeck, behalve senator voor Open vld ook professor overheidsfinanciën aan de UHasselt, zit de federale overheid dan ook met een “perceptieprobleem”.

Vereeck: “De federale overheid heeft het imago van potverteerders, terwijl het de deelstaten zijn die met efficiëntieproblemen kampen. In volle internationale economische en budgettaire crisis kon de vorige Vlaamse regering bijvoorbeeld nog pronken met een nieuw derde tv-net of de oprichting van het Vlaams Energiebedrijf. Dan besef je: hier klopt iets niet.”

Sowieso beschikt de federale overheid nog maar over een schijntje van wat er in de schatkist binnenkomt. Van de 118 miljard algemene middelen in de schatkist - cijfers van Lode Vereeck op basis van de situatie in 2013 - blijft in 2014 voor federaal beleid maar 26 miljard beschikbaar inkomen over (dat wil zeggen: met aftrek van rentelast en transfers naar andere overheidsniveaus, zie grafiek). Vergelijk dat eens met de 56 miljard die jaarlijks naar de regio’s wordt doorgestort.

Meteen besef je waarom het voor de federale regering zo lastig is om, ondanks dat hoge algemene overheidsbeslag, toch de begroting min of meer in evenwicht te houden. Elk jaar 2 miljard (of meer) schrappen, is nu eenmaal moeilijk als je maar van 26 miljard vertrekt (plus nog eens 17 die de sociale zekerheid mee onderstutten).

 

18 miljard minder

Het contrast tussen federale armlastigheid en regionale overvloed blijkt pas als je de groei in beschikbaar inkomen tegen elkaar afzet. Op federaal niveau groeit dat inkomen trager dan de welvaart, a rato van 71 procent van het bbp. Daartegenover staat dat het beschikbaar inkomen van de deelstaten met maar liefst 290 procent is gegroeid. Dat is vier keer zoveel als het federale inkomen en drie keer zoveel als de welvaartsgroei.

Het federale niveau wist de voorbije jaren zijn uitgaven dan weer bijkomend te financieren door alle ruimte die vrijkomt door lage rentelasten op te souperen. Een onderschat probleem, waarschuwt Daems. “Dit uitgavenpatroon is alleen vol te houden bij de huidige lage rente. Schiet die rente weer omhoog zoals enkele decennia geleden, dan komt de federale staat meteen in ademnood.”

Maar, zegt Daems, het federale niveau kan dit niet alleen aan. “De marge zit bij de deelstaten. Als de deelstaten hun uitgaven hadden laten stijgen op het federale ritme, dan was 18 miljard minder uitgegeven. Toegegeven, regionale regeringen hebben vaak meer investeringsbevoegdheden, zoals onderwijs of openbare werken. Maar zelfs als je het regionale stijgingsritme nog maar gehalveerd had, gelijklopend met bijvoorbeeld de sociale zekerheid, win je nog altijd 9 miljard.”

De complexe cijferdans werpt een totaal nieuw licht op het bekende discours voor meer federalisering. Daems: “Het minste wat je kunt zeggen, is dat budgettaire efficiëntie er bij de vorige staatshervormingen bij ingeschoten is.”

Daar is een eenvoudige reden voor: enerzijds zijn er weliswaar investeringsdepartementen overgeheveld, maar anderzijds voelen de deelstaten zich niet verantwoordelijk voor de staatsschuld die verhoudingsgewijs niet mee werd overgeheveld. Rik Daems: “Zo gaat dat nu eenmaal. Overheden geven elke cent uit die ze binnenkrijgen.” Conclusie: niet staatshervormingen an sich jagen een schatkist op kosten, van belang is de manier waarop je de staat hervormt. En in België hebben we dat niet efficiënt gedaan.

Ter vergelijking: een sterk gedecentraliseerd federaal land als Zwitserland heeft juist wel een laag overheidsbeslag. Dat komt omdat behalve bevoegdheden ook belastingautonomie aan de deelstaten is toegekend. Ze moeten zelf de boontjes doppen, en werken dus goedkoper. Federale landen die met dotaties werken, zoals België, zijn duurder dan landen met fiscale autonomie, leert een internationale vergelijking. Federalisering kàn goedkoper uitkomen, maar een zekerheid is het lang niet.

 

Zowel voor- als tegenstanders

Uit dit verhaal kunnen dan ook zowel voorstanders van minder als van meer België moed putten. N-VA-confederalisten kunnen er een pleidooi voor een communautaire big bang in lezen, met meer gesplitste bevoegdheden en fiscale autonomie. Maar evengoed kun je hier argumenten vinden voor de stelling dat de federalisering nu al te fel doorgeschoten is. Dat is wat Koen Schoors, professor economie aan de UGent, in een opiniestuk in deze krant stelde.

”Hoewel de gemeenschappen en de gewesten het leeuwendeel van het overheidsbudget consumeren, is de totale overheid duidelijk niet zuiniger geworden”, schreef Schoors. “Als we ooit een begroting in evenwicht willen bereiken, zullen dus ook de gemeenschappen en gewesten een bijkomende duit in het zakje moeten doen.

”Ook zijn we hier en daar zo ver doorgeschoten in de regionalisering van bevoegdheden dat er geleidelijk aan enorme inefficiënties met massaal dubbel werk in ons veel te complexe systeem zijn geslopen. Daarom moet grondig bekeken worden of sommige bevoegdheden niet opnieuw gefederaliseerd moeten worden om de zaken een beetje efficiënter te organiseren.”

De Morgen, pag. 8-9.

← Terug naar het overzicht