Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Terreur of verzet? Een pacifistische kijk

woensdag 11 januari 2017

Als pacifist ben ik tegen en veroordeel ik het gebruik van alle geweld. Van Jeruzalem tot Istanbul, van Berlijn over Parijs en Nice tot Brussel. Toch is er een onderscheid tussen blinde terreur tegen de burgerbevolking en een gerichte, proportionele actie tegen een vreemde militaire bezetter. Wie dus toch geweld gebruikt, moet de burgerbevolking ontzien. Maar zelf ben ik een absoluut voorvechter van democratisch en ongewapend verzet.

Velen niet weten wat pacifisme is en kennen noch de basisregels van geweld en het oorlogsrecht. Het is NIET zo dat een pacifist geen geweld gebruikt of zich niet verzet tegen onrecht. Ook een pacifist zal zich met geweld verdedigen indien zijn leven wordt bedreigd door geweld. Hij laat zich niet afslachten. Dat is het recht op zelfverdediging. In militaire termen betekent dit dat een land een sterke defensie mag/moet uitbouwen, maar geen aanvalscapaciteit en dat het geen militaire bijdrage levert voor buitenlandse (politieke of maatschappelijke) conflicten. Het houdt ook in dat een land zelf wapens mag/moet produceren, maar niet exporteren naar ondemocratische regimes of gewelddadige groepen.

Bij een politiek of maatschappelijk conflict kiest een pacifist echter nooit voor een gewelddadige oplossing (met uitzondering van het recht op zelfverdediging). In zijn strijd tegen onrecht kiest hij steeds voor geweldvrij verzet. Pacifisme is echter niet de geweldloosheid van zwakkeren die zich niet kunnen verzetten (bv. door ziekte) of durven verzetten (bv. uit angst), maar wel de geweldvrijheid van sterkeren die zich wél met geweld zouden kunnen verzetten, maar die de tegenstanders door geweldvrij verzet willen overtuigen.

Wie verkiest om politieke of maatschappelijke conflicten toch met geweld op te lossen, heeft zich aan enkele regels van het internationaal oorlogsrecht te houden. Zo is blinde terreur tegen de burgerbevolking verboden. Een gerichte, proportionele actie tegen een vreemde militaire agressor of bezetter, die duidelijk herkenbaar is door het dragen van emblemen of uniformen, is volgens de principes van de Conventie van Genève wel toegestaan.

← Terug naar het overzicht