Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Alleen nog fatsoenlijke wetten maken graag

woensdag 23 november 2016  Guy Tegenbos

Velen steken hun kop in het zand, maar de waarheid is dat de zaak van ex-senaatsvoorzitter Armand De Decker (MR) en de Kazachse miljardair Patokh Chodiev ons parlementair bestel doet daveren op zijn grondvesten. Het gaat over corruptie, machtsmisbruik, ongeoorloofde beïnvloeding, buitenlandse inmenging in de besluitvorming, en naast een ex-senaatsvoorzitter liggen ook (ex-)ministers en parlementsleden in het vizier.

Het gaat over zware feiten, maar ook over de vaststelling dat er een reden is waarom die feiten zich makkelijk konden voordoen. Wat is zeker? Zeker is dat Armand De Decker zich heeft laten betalen - en niet weinig - om een (moreel betwistbare) afkoopwet snel te laten goedkeuren. Zeker is dat hij daartoe inspanningen heeft gedaan en contacten heeft gelegd. Zeker is ook dat de goedkeuring van die wet er verrassend snel is gekomen.

Maar of het die contacten van De Decker geweest zijn die geleid hebben tot de snelle goedkeuring, is niet zeker. Wie die snelle goedkeuring tot stand bracht, is moeilijk te achterhalen. En of wie dat deed, zich bewust was van wat erachter zat, dan wel een eigen agenda had, is nog minder zeker.

De bal zal de komende dagen heen en weer vliegen. Zo liet oud-premier Yves Leterme (CD&V) weten dat dit in die tijd (2011, de langste periode van een ontslagnemende regering ooit) een dossier was van toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR). Elke betrokkene zal zijn inbreng minimaliseren: een succes heeft vele vaders; een aangebrand dossier blijft meestal een wees. De toenmalige minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) zei al dat hij De Decker wel ontvangen heeft, maar elk gesprek heeft afgewezen.

Maar de belangrijkste vaststelling en de zwaarste hypotheek op het achterhalen van de waarheid is dat de besluitvorming in dit land - zeker toen, maar ook in ‘normale tijden’ - totaal ondoorzichtig verloopt. Dat geldt zeker voor de afkoopwet. De eerste versies van 2008 en 2009 circuleerden af en toe in de regeringstop, maar zonder dat een beslissing viel. Plots is in het voorjaar 2011, in de periode van een regering in lopende zaken, een tekst in een programmawet geraakt.

En een programmawet, dat is een moeras. Programmawetten zijn ooit gegroeid om een paar maatregelen te groeperen omdat de regering die snel nodig had om de begroting rond te krijgen. Dat is ontspoord geraakt: vandaag maakt elke regering om het halfjaar een programmawet waarin ze een allegaartje van maatregelen stopt die ze om de een of andere reden - eerbare en minder eerbare - snel door het parlement wil duwen zonder de normale parlementaire behandeling te trotseren. Dat is de kern van het probleem.

Dat allegaartje is vaak niet eens de vertolking van een echt gemeenschappelijke wil van de regeringspartijen. Het wordt samengesteld in de krabbenmand van het getouwtrek en gemarchandeer onder de regeringspartijen, de ministeriële kabinetten en de parlementaire fracties, en hier en daar een sluwe kabinetsmedewerker die erin slaagt de eigen dada naar voren te schuiven. In de programmawet van 2011 staan de afkoopwet, de rijbewijzen, een fonds voor de Shape in Mons, de veiligheid bij voetbalwedstrijden en de salariswagens broederlijk naast elkaar. Niks met elkaar te maken.

De oppositie klaagt die werkwijze telkens aan. Jan Jambon, toen N-VA-fractieleider in de Kamer, verwierp in 2011 deze slechte wijze van wetten maken. Nu hij en zijn partij in de regering zitten, doen ze er zelf aan mee.

Kern van de zaak is dat dossiers die in een programmawet staan, niet beoordeeld maar doorgeduwd worden, en als ze beoordeeld worden, is het niet op de grond van de zaak, maar op het ‘evenwicht’ dat ze vormen met andere dossiers.

Men zou de regering moeten verbieden dat ze programmawetten indient en het parlement dat het programmawetten aanneemt, want het zijn altijd onbehoorlijke wetten.

Maar de parlementsleden van de meerderheid durven de regering niet te weerstaan. Doen ze dan op zijn minst aan wetsevaluatie zoals in vele landen? Achteraf nagaan of wetten up-to-date zijn en systematisch de slechte wetten eruit gooien? Dat zou niet overbodig zijn in een land waar jaarlijks op zulke onfatsoenlijke manier 80.000 of meer pagina’s wetten worden gemaakt.

In de vorige regeerperiode richtte het parlement een commissie wetsevaluatie op die na de helft van de regeerperiode van start ging en in de resterende tijd nog een paar problemen kon aansnijden. De huidige regeerperiode werd aangevat met eenzelfde voornemen, maar de helft van de periode is voorbij en er kwam nog niets van terecht omdat er geruzie was: zou de Kamer het alleen op zich nemen of zou de Senaat meedoen? Gisteren heeft de commissie ‘Grondwet van de Kamer’ de commissie wetsevaluatie op de sporen gezet. Afwachten maar. En hopen.

 

Guy Tegenbos is columnist van De Standaard. Wekelijks laat hij zijn blik gaan over politiek en beleid.

De Standaard, pag. 35.

← Terug naar het overzicht