Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

“Eenvoudigere belastingen zorgen voor meer rechtvaardigheid”

zaterdag 19 november 2016  Dewitte & Donckier

 

HASSELT - “Wanneer we kijken naar de verschillen tussen arm en rijk, dan zien we dat België een van de landen is waar de verschillen het kleinst zijn. Toch is er een groot gevoel van onrechtvaardigheid. Dat komt omdat iedereen denkt dat de anderen meer gebruikmaken van fiscale achterpoortjes. Zo ontstaat het gevoel dat anderen hun steentje niet eerlijk bijdragen. Wanneer we dat weten, dan kennen we ook de oplossing. Vereenvoudig ons belastingsysteem en sluit de fiscale achterpoorten. Dan staat iedereen opnieuw gelijk aan de start”, zegt professor Lode Vereeck.

 

Het zijn weer spannende tijden in de Wetstraat. De discussies tussen N-VA en CD&V - en met Open Vld als een meer dan aandachtige toeschouwer - over de verlaging van de vennootschapsbelasting en de invoering van een meerwaardebelasting gaan naar hun hoogtepunt. En deze week was er een heel kritisch rapport van de Europese Commissie over het begrotingsbeleid van de regering Michel waarbij opnieuw N-VA en CD&V met een beschuldigende vinger naar elkaar wijzen. Het worden spannende weken in de Wetstraat.

Iemand die dat als senator voor Open Vld de zaken nauwgezet opvolgt, is Lode Vereeck. Maar het meest van al is hij professor economie aan de Universiteit Hasselt en een onafhankelijke geest. Dat zorgt voor interessante inzichten.

 

Is een verlaging van de vennootschapsbelasting zinvol?

“Ja. En bij uitbreiding is elke verlaging van elke belasting zinvol is in ons land. Omdat de hoogte van de belastingen en de kwaliteit van de publieke dienstverlening niet in evenwicht zijn. De Zweden hebben de derde hoogste belastingdruk. Maar ze hebben ook de derde beste publieke dienstverlening in Europa. Wij hebben de vierde hoogste belastingdruk, maar qua publieke dienstverlening staan we slechts op de twintigste plaats.”

 

En de vennootschapsbelasting?

“Er zijn drie goede redenen om ook de vennootschapsbelasting te verlagen. Een, het bevordert het ondernemen en is zo ook goed voor de tewerkstelling. Nu betalen zelfstandige ondernemers meer belastingen op hun inkomen (53,8%) dan werknemers (tussen 25 en 50%),ondanks het feit dat ze vaak een persoonlijk financieel risico nemen en bij een eventuele faling daar lang de gevolgen van dragen. Twee, ook in de buurlanden is er een tendens om de vennootschapsbelasting te verlagen. We zijn verplicht om te volgen, anders prijzen we ons uit de markt. De derde en voornaamste reden is dat we een hoog nominaal tarief hebben met veel aftrekmogelijkheden en speciale regelingen - zoals de notionele intrestaftrek en de excess profit rulings - waardoor men uiteindelijk toch minder belastingen betaalt. Van dat laatste systeem wil de Europese Commissie niet langer weten. Dan moet je wel het nominaal tarief verlagen.”

 

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt stelt twee tarieven voor: 20 procent voor kmo’s en 25 procent voor grote bedrijven en multinationals.

“Zelf ben ik voorstander van eenzelfde tarief voor alle bedrijven en zonder aftrekposten, tenzij uiteraard de kosten die je moet maken om je bedrijf te kunnen runnen. Zo worden alle bedrijven op gelijke basis belast. Nu betalen grote bedrijven minder belastingen dan kleine. Dat kan niet. Het omgekeerde kan ook niet, omdat men dan bedrijven die groeien fiscaal afstraft. We hebben nood aan bedrijven die doorgroeien naar middelgrote en daarna grote bedrijven, ook in Limburg. We hebben te weinig grote bedrijven.”

 

Waarom wil de politiek dan de kmo’s bevorderen?

“Omdat kmo’s door hun lokale verankering voor stabiele tewerkstelling en stabiele belastingopbrengsten zorgen, in tegenstelling tot multinationals die vaak weinig en soms geen belastingen betalen. De oplossing voor dit laatste is, zoals voorzitster Gwendolyn Rutten van Open Vld voorstelt, een minimumbelasting van bijvoorbeeld 10 procent op de bedrijfswinst boven 1 miljoen euro voor multinationals.”

 

Zijn er terugverdieneffecten wanneer men de vennootschapsbelasting verlaagt?

“In potentie zijn die zeer groot. Studies tonen aan dat wanneer men de gemiddeld betaalde vennootschapsbelasting met 1 procent verlaagt, dit de directe investeringen met 2,9 procent doet toenemen. Dan spreken we in geld over 1,8 miljard euro aan extra investeringen en 18.000 bijkomende banen omdat een investering van 1 miljoen euro gemiddeld 10 jobs oplevert. Maar dit is een theoretische oefening waarbij men ervan uitgaat dat in de andere landen de vennootschapsbelasting niet verandert. Wat niet het geval is. In heel Europa is er een tendens om de vennootschapsbelasting te verlagen.”

 

Wanneer de buurlanden hetzelfde doen, schiet niemand op.

“Toch wel. Een verlaging van de vennootschapsbelasting heeft een marketingeffect naar de wereld toe: het is interessant investeren in België. Het is ook interessant voor de binnenlandse investeringen. En wanneer een verlaging ook nog eens hand in hand gaat met een vereenvoudiging van het systeem, dan zorgt dat automatisch voor minder administratieve lasten, eerlijkere belastingen voor alle bedrijven en een eerlijkere concurrentie.”

 

Voor de zekerheid zal men die verlaging ook op een andere manier moeten financieren. Johan Van Overtveldt denkt aan een afschaffing van de notionele intrestaftrek.

“Ik vind niet dat we de notionele intrestaftrek volledig moeten afschaffen. De Europese Commissie wil de notionele intrestaftrek juist invoeren in de hele Europese Unie. Dat is een slim systeem. Bedrijven die investeren met geleend geld, kunnen de intrestlasten fiscaal aftrekken. Bedrijven die investeren met eigen kapitaal, konden dat niet. In feite stimuleerde men bedrijven om veel schulden aan te gaan. Dat is niet goed. Daarom mogen bedrijven die investeren met eigen kapitaal, een fictieve rente aftrekken; de zogenaamde notionele intrestaftrek. Die bedraagt 1,13% van het eigen vermogen van een onderneming.”

 

Waarom is er dan zoveel kritiek op de notionele intrestaftrek?

“Omdat die notionele intrestaftrek niet meer wordt gebruikt waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld. Nu trekt men notionele intresten af zonder dat men nog investeert. Het maakt dat dit de schatkist op een gegeven moment 6,5 miljard euro kostte. Door de lagere rente is dat nu nog maar 1,8 miljard euro. Hoe dan ook moeten we terug naar het oorspronkelijk concept, enkel aftrek bij investeringen.”

 

De CD&V stelt de invoering van een meerwaardebelasting voor om de verlaging van de vennootschapsbelasting te compenseren.

“Belastingen dienen om de overheidstaken te financieren en moeten zo ontworpen zijn dat ze de economie zo weinig mogelijk schaden. Anders verliezen we welvaart en brengen die belastingen niet op wat men ervan verhoopt. Een meerwaardebelasting is niet van die aard om onze economie te stimuleren. Open Vld wil net het omgekeerde doen. Wij willen dat er meer geïnvesteerd wordt door de bedrijven. Daar is geld voor nodig. En daarom willen we de mensen fiscaal belonen om - als ze dat willen - hun spaargeld te investeren in aandelen in bedrijven. In het verleden is die aanpak succesvol gebleken.”

 

Dat houdt bepaalde risico’s in.

“Professor Emiel Van Broekhoven zei altijd: als mensen willen investeren, dan moeten ze dat doen met dat deel van hun spaargeld dat ze kunnen missen. Maar wanneer ze investeren in bedrijven, komen we wel tot een drievoudige win-situatie. Winst voor de belegger omdat zijn spaargeld dan meer zal opbrengen dan wat hij nu aan rente krijgt op zijn klassiek spaarboekje. Winst voor de ondernemingen die geld hebben om te investeren en zo zorgen voor innovatie en meer tewerkstelling. En winst voor de overheid omdat die meer belastinggeld binnenkrijgt en minder moet uitgeven aan uitkeringen.”

 

Hoe kan men mensen fiscaal stimuleren om hun spaargeld te investeren in aandelen?

“Er zijn meerdere mogelijkheden. Zo zou men de bestaande taks shelter voor start-ups kunnen verbreden. Een andere mogelijkheid is een lagere roerende voorheffing voor wie investeert in aandelen in bedrijven en dus mee een risico neemt.”

 

CD&V legde de meerwaardebelasting op tafel om te komen tot meer rechtvaardigheid.

“In de Verenigde Staten is de ongelijkheid een probleem. In ons land is de ongelijkheid klein. De gini-coëfficiënt waarmee men de ongelijkheid tussen arm en rijk meer, toont aan dat de ongelijkheid in inkomens het kleinst is in België, na Nederland en de Scandinavische landen. Ook qua vermogens is de ongelijkheid hier het kleinst, in dit geval na de Zuid-Europese landen. Het is ook helemaal niet zo dat de rijken hier geen belastingen zouden betalen. De 10 procent rijkste Belgen betaalt 45 procent van de personenbelasting, de 10 procent armste Belgen maar 0,7 procent. Dat is een grote herverdeling. En deze week verscheen er een Europees rapport dat aantoonde dat in verhouding tot het bruto binnenlands product de lasten op vermogens het hoogste zijn in België.”

 

Het onrechtvaardigheidsgevoel leeft bij brede lagen van de bevolking.

“De verklaring daarvoor moeten we niet zozeer zoeken in de verdeling tussen arm en rijk, maar wel in de complexiteit van ons belastingsysteem en zijn vele mogelijkheden tot fiscale aftrek, de beruchte fiscale koterij. Iedereen denkt dat de anderen meer gebruikmaken van die aftrekposten om zo minder belastingen te betalen. Zo ontstaat het gevoel van: ben ik nu de klos die de volle pot betaalt terwijl anderen ontsnappen via de fiscale achterpoortjes en dus niet hun eerlijke steentje bijdragen? Bovendien zorgen die aftrekposten voor een stukje voor een herverdeling van arm naar rijk. Willen we komen tot meer fiscale rechtvaardigheid, dan moeten we op de allereerste plaats ons belastingsysteem vereenvoudigen. Het zal zorgen voor minder tot geen uitzonderingen, waardoor ook het ontwijken en ontduiken van belastingen niet of nauwelijks mogelijk wordt. Dit zorgt voor eerlijke belastingen voor iedereen. Zo’n eenvoudig belastingsysteem kent een brede belastingbasis, lage tarieven en géén belastingbrief. De regering zette al enkele bakens uit, door in de nieuwe deeleconomie gebruik te maken van een bevrijdende bronbelasting op elke transactie. Het is op die weg dat moet worden verdergegaan.”

 

De Europese Commissie is streng voor ons begrotingsbeleid.

“De regering-Michel had bij haar vorming twee grote ambities: meer tewerkstelling en het saneren van de overheidsfinanciën. Het eerste is volledig gelukt. De tewerkstelling in de bedrijven neemt snel toe, ondanks de lage economische groei. Daar heeft de tax shift mee voor gezorgd door de lasten op arbeid spectaculair te verminderen en te verschuiven naar lasten op consumptie en vermogenswinsten. ”

 

Dat laatste maakt wel dat het voor de gewone werknemer een vestzak-broekzakoperatie is.

“Dit is niet juist. Door de tax shift krijgt een minimumloner die 1.500 bruto verdient nu al 83 euro netto meer per maand. Op jaarbasis is dat 996 euro netto meer. Dat loopt tegen het einde van de legislatuur op tot 146 euro netto per maand of 1.752 euro netto per jaar. Voor een koppel minimumloners gaat het dus om 3.704 euro netto. Dat is veel meer dan wat men moet betalen als gevolg van bijvoorbeeld de hogere btw op elektriciteit, de hogere accijnzen, de energieheffing en het afschaffen van gratis elektriciteit en water. Dat zijn de cijfers. Maar niemand weet het omdat de regering duidelijk een communicatieprobleem heeft.”

 

De sanering van de overheidsfinanciën is een ander paar mouwen.

“We moeten toegeven dat 2016 een verloren jaar is. Dat komt mede door de asielcrisis en de aanslagen die ons geld hebben gekost en die de economische conjunctuur een deuk hebben gegeven. Daarnaast vallen de inkomsten en de uitgaven tegen omdat de besliste maatregelen duidelijk meer tijd nodig hebben om op te brengen wat ze zouden moeten opbrengen. De regering-Michel heeft ook voor de weg van de geleidelijkheid gekozen om het aantrekken van de economie niet meteen in de kiem te smoren, want dan zijn we nog verder van huis. De laatste verklaring is dat de sanering vooral met besparingen moet gebeuren omdat de fiscale druk in ons land nu al een van de hoogste is in Europa. Rustig doorwerken is de boodschap. Alle liberale ministers zitten op schema met hun bezuinigingen. Men vergelijkt nu graag de regering Michel met de regering-Di Rupo die België van het Europees strafbankje haalde. Dat is juist. Maar die regering deed het wel met belastingverhogingen.”

 

En toch.

“Juist. En toch is de regering verplicht om de ingeslagen weg verder te volgen. Ook en vooral omwille van onze veel te hoge staatsschuld. Nu is de rente laag. Maar wanneer die opnieuw zou toenemen, zullen we opnieuw meer rentelasten moeten dragen. Nu is dat zo’n 12 miljard euro. Eind 2011 stond België al eens op de rand van het bankroet, toen de rente op de Belgische schuld plots steeg tot 6,82 procent. En dan hebben we het nog niet gehad over de vergrijzing en de kosten die daarmee gepaard gaan.”

 

En toch.

“En toch is het halen van een structureel begrotingsevenwicht in 2018 nog altijd mogelijk. Dat betekent nog niet meer maatregelen, wel de correcte uitvoering van de geplande maatregelen. Zo is er nog maar nauwelijks werk gemaakt van de redesign, de reorganisatie van de overheid. Het grootste gevaar voor de regering is hervormingsmoeheid.”

Het Belang van Limburg/Plus, pag. 8-10.

← Terug naar het overzicht