Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Groei als het perfecte alibi

donderdag 13 juli 2017  Dries De Smet

 

Geen enkele politieke partij wil nog een begroting in evenwicht, want dat zou de groei fnuiken. Maar klopt dat argument wel?

 

BRUSSEL - Wat in de sterren geschreven stond, werd gisteren bewaarheid: geen enkele federale regeringspartij gelooft nog in een begrotingsevenwicht in 2019. Nadat CD&V en MR de schwarze Null vaarwel gekust hadden, deed N-VA-voorzitter Bart De Wever het begrotingsevenwicht op de Vlaamse feestdag af als ‘de mensen blaasjes wijsmaken’. Open VLD ging als laatste overstag. ‘Besparen of kapotbelasten helpt ons niet vooruit’, verklaarde vicepremier Alexander De Croo in Het journaal.

De argumentatie van de regeringspartijen is helder. Nu de economische motor aanslaat en de werk­gelegenheid toeneemt, gaan we onze groei van 1,6 procent niet fnuiken door 8 miljard euro te besparen, ­zoals nodig is om een begrotingsevenwicht in 2019 te bereiken. Maar snijdt dat argument ook hout? Zou zo hard besparen echt nefast zijn voor de economische groei?

Paul De Grauwe moet lachen als hij de argumenten hoort. De professor aan de London School of Economics is altijd een koele minnaar geweest van de besparingsijver. ‘Eindelijk hebben ze het begrepen. Het idee dat een begrotingsevenwicht vertrouwen wekt en tot groei leidt, hebben ze eindelijk laten vallen. Maar als ze het keynesiaanse argument volgen, dan is het nu net het moment om te beginnen denken aan besparen.’

Keynesianen argumenteren immers dat de begrotingsteugels gevierd moeten worden in slechte tijden, en opnieuw strakker moeten als het economisch tij beter wordt. Toch pleit De Grauwe er niet voor snel naar een evenwicht te gaan. ‘Ik zou toch nog wachten met besparen. In die zin volg ik de regering wel.’

 

Politiek excuus

Hans Bevers, hoofdeconoom van Degroof Petercam, is verbaasd over de economische argumenten die de regering aanhaalt. ‘Wie goed opgelet heeft, wist dat het evenwicht nooit gehaald zou worden. Men raakt er politiek niet uit en daarom roept men een economisch argument in.’ Dat groei-alibi is volgens Bevers helemaal niet perfect. Onze groei wordt immers grotendeels bepaald door de internationale conjunctuur. ‘En zolang de groei wereldwijd standhoudt, kunnen we gerust een tandje bijsteken. We gaan ons heus niet ­kapotbesparen.’

Bevers erkent wel dat besparen weegt op de groei. Dat becijferde ook het Planbureau onlangs. Als de overheid 1 procent van het bruto binnenlands product bespaart, dan daalt dat bbp met 0,6 procent.

’Als we dus 8 miljard moeten besparen over twee jaar, dan knijpen we twee jaar 0,5 procent van de groei af. Dan hebben we nog steeds een groei van meer dan 1 procent’, stelt Bevers.

Ook Lode Vereeck, professor economie aan UHasselt en gecoöpteerd senator voor Open VLD, zit op die lijn. ‘Natuurlijk merk je bezuinigingen in de groei. Overheidsbestedingen maken immers boekhoudkundig deel uit van het bbp. Maar een sanering van de publieke financiën is op lange termijn groeibevorderend. Wat mij betreft is het nu het moment om de financiën op orde te zetten en misschien zelfs een structureel overschot te boeken. Zo zijn we goed gewapend tegen de vergrijzing en de stijgende rente.’

Opmerkelijk is dat de senator daarmee ingaat tegen het standpunt van zijn eigen partij in de regering. ‘En toch vind ik het jammer. Politiek is ook de kunst van het haalbare. Als econoom moet ik waarschuwen voor de gevolgen. Ik hoop dat de regering nu de moed heeft om voldoende te besparen om alsnog het beloofde structurele evenwicht te halen’, zegt Vereeck.

 

Mars naar evenwicht

Zeker is dat we met het opnieuw uitgestelde begrotingsevenwicht een mal figuur slaan in Europa. De regering-Di Rupo sprak met Europa een begrotingsevenwicht in 2016 af. De regering-Michel maakte daar 2018 en vervolgens 2019 van, met CD&V en N-VA als actieve pleitbezorgers van een bezuinigingsbeleid. Daarmee legde de regering-Michel zichzelf telkens een strenger begrotingspad op dan wat Europa vroeg. Maar de regering hield zich nooit aan dat pad en haalde ook de door Europa opgelegde bezuinigingen niet. De Europese Commissie eist dat we jaarlijks het structurele begrotingstekort met 0,6 procent verbeteren tot het evenwicht bereikt is.

De Wever voegde er eergisteren aan toe dat ‘de mars naar evenwicht’ voortgezet moet worden, maar dan ‘op een realistisch tempo’. De Grauwe ziet niet in waarom dat nodig is. ‘Er wordt altijd gefocust op de brutoschuld, maar als de schulden gebruikt worden voor productieve investeringen, dan daalt de nettoschuld. Publieke investeringen, in bijvoorbeeld energie of mobiliteit, verhogen net het productiepoten­tieel. En dat maakt dus de vergrijzing betaalbaarder.’

Maar dat laat Europa dus niet langer toe: we moeten en zullen een begrotingsevenwicht bereiken. Volgens de huidige tabellen is dat in 2020. Tenzij Europa het geweer van schouder verandert, wat sommigen stiekem hopen. De nieuwe Franse president Macron is alvast niet van plan om de mars naar evenwicht in te zetten. Zijn regering belooft het begrotingstekort onder 3 procent te houden, maar ook niet meer dan dat. Het is afwachten hoe de Europese Commissie daarop zal reageren.

De Standaard, pag. 20.

← Terug naar het overzicht