Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Op zoek naar een fiscaal ideaal

zaterdag 2 maart 2019  Rik Van Cauwelaert

Omdat aan dood en taksen toch niet te ontkomen valt, zocht senator Lode Vereeck een fiscaal ideaal. Hij kwam uit bij een transactietaks die alle andere taksen overbodig maakt. Eén ding is zeker: het is een prettige gedachte.

 

In de zelden losbollige Frankfurter Allgemeine Zeitung en in Cicero, het glossy maandblad ‘für politische Kultur’, waagde de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zich ooit aan een denkoefening over de kleptocratische welvaartsstaat. Het werd een rel van formaat. In geen tijd vonden vertalingen hun weg naar de rest van Europa, en zelfs naar de Verenigde Staten. Daar werd het artikel prominent in het licht gezet door het zakenblad Forbes.

In zijn bijdrage, die hij naderhand nog aanscherpte, kwam Sloterdijk tot de vaststelling dat de moderne burger het slachtoffer is van een semisocialisme dat via de graaiende belastingstaat toeslaat. In Cicero verwonderde hij zich over het uitblijven van een opstand van de ‘Leistungsträger’, het productieve deel van de bevolking zeg maar. Weldenkend links was geen beetje ontstemd. Volgens zijn filosoferende collega’s had Sloterdijk het masker afgegooid en zijn ware neoliberale gelaat getoond. De weekkrant Die Zeit had het over ‘de fatale diepzinnigheid van onze opgewonden professor’.

Ook in Vlaanderen bleef Sloterdijks provocatie niet onopgemerkt. Want dat ook N-VA-voorzitter Bart De Wever uit het werk van Sloterdijk begon te citeren, mochten ze bij de linkse nieuwswebsite De Wereld Morgen niet over hun kant laten gaan. Volgens politiek filosoof Thomas Decreus deed Sloterdijk dienst als ‘filosofische gezelschapsdame die de ondraaglijke lichtheid van De Wevers intellectuele positie wat maskeert’.

De omvang van de rel was opzienbarend: wat Sloterdijk in zijn brandpamflet beweerde, was 150 jaar eerder al beschreven door de Franse econoom Frédéric Bastiat in ‘Rechtvaardigheid en solidariteit’. Bastiat stelde het zo: ‘Het zal niet lang duren vooraleer de overheidsfinanciën een volkomen chaos zijn. Hoe kan het anders als de staat de taak heeft om alles aan iedereen te verschaffen? De bevolking zal gebukt gaan onder een enorme belastingdruk, de overheid zal lening na lening afsluiten. Na alle middelen te hebben opgebruikt, zal men die van de toekomst verslinden.’

Wat verder voegde Bastiat eraan toe: ‘De publieke schatkist zal letterlijk leeggeplunderd worden. Iedereen zal goede redenen hebben om te bewijzen dat legale solidariteit op de volgende manier moet worden begrepen: de voordelen voor mij, de lasten voor de anderen. Ieders inspanning zal erop gericht zijn de wetgever een stukje solidair privilege te ontfutselen. De zwakkeren in de samenleving zullen niet altijd het meeste succes hebben.’ Daarmee leverde Bastiat zelfs een eerste formulering van Herman Deleecks mattheuseffect. Het lijkt alsof hij het over het 21ste-eeuwse België had.

 

Schimmenspel

Hoe in België belastingen worden geheven en waaraan dat geld wordt besteed, bracht de Diepenbeekse hoogleraar economie en senator Lode Vereeck (Open VLD) in zijn boek ‘Taksjager’ in kaart aan de hand van de jongste beschikbare cijfers. En omdat we toch niet kunnen ontsnappen aan dood en taksen, ging hij ook op zoek naar het fiscale ideaal, de taks die alle belastingen overbodig maakt.

De Europese Commissie klaagde het pas nog aan: het Belgische belastingsysteem is een ondoorzichtige rimboe. Geen wonder ook dat België onlangs in het Europees Parlement als een belastingparadijs werd bestempeld, maar dan wel voor grote buitenlandse groepen. De Belgische burger betaalt gedwee.

De laatste grote belastinghervorming en vereenvoudiging dateert al van 1962. Als minister van Financiën in de regering van Theo Lefèvre en Paul-Henri Spaak voerde Dries Dequae die succesvolle operatie door. De inkomsten overtroffen prompt alle verwachtingen. Jammer genoeg ging diezelfde regering meteen de opbrengsten rondstrooien onder de zogenaamde noodlijdende sectoren, zoals de verlieslatende steenkoolmijnen. Latere regeringen joegen de personenbelasting van 50 naar 67,5 procent en stimuleerden zo de kapitaalvlucht naar het Groothertogdom Luxemburg.

Nadien ging het van kwaad naar erger. De jongste hervorming van de vennootschapsbelasting is eigenlijk niet veel meer dan een schimmenspel waarbij, zoals in de omliggende landen, met cijfers wordt gegoocheld die aan geen enkele realiteit meer beantwoorden. Toen de regering van Charles Michel (MR) haar hervorming aankaartte, stond de vennootschapsbelasting in België nominaal op 34 procent. Maar het reële tarief bedroeg hooguit 14 procent. In de omliggende landen was de situatie niet anders, met als uitschieter Luxemburg, met een nominale vennootschapsbelasting van 29 procent die in werkelijkheid niet boven 2 procent uitstijgt.

Eric Kirsch, gewezen kabinetschef van premier Yves Leterme (CD&V) en minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V), pleitte er onlangs voor de vennootschapsbelasting af te schaffen en die te vervangen door een belasting op de aangroei van het vermogen. Die kan de fiscus gemakkelijk achterhalen door de stand op binnen- en buitenlandse rekeningen van de belastingplichtige te controleren. Dankzij de Automatische Uitwisseling van Informatie die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) organiseerde, heeft de Belgische fiscus een breed zicht op de buitenlandse rekeningen maar ook op de onroerende bezittingen in het buitenland van belastingplichtigen. Het totaal van de financiële activa van de Belgen is bekend bij de Nationale Bank van België, en dus ook de jaarlijkse aangroei.

Het fiscale ideaal waarmee Vereeck in ‘Taksjager’ uitpakt , gaat deels in de richting van Kirsch’ voorstel. Vereeck kijkt evenwel niet naar de aanwas van het vermogen maar naar het kolossale aantal betaaltransacties in het land. Om een idee te geven: de Belgische banken verplaatsten in 2015 liefst 21.181,8 miljard euro. Op elke verrichting wordt aan de bron 1,216 procent unieke transactietaks betaald, zowel door de betaler als door de ontvanger. [Noot: Dit klopt niet; de unieke transactietaks van 1,216 procent wordt gedeeld tussen betaler en ontvanger.] Dat geldt voor de uitbetaling van het salaris, de aankoop van een huis, een rondje op café. Alleen voor cash ligt de taks acht keer hoger, gespreid over afhaling en storting op een rekening. Bankbriefjes wisselen statistisch acht keer van portemonnee alvorens ze weer op een bankrekening belanden.

De unieke transactietaks vervangt de directe en indirecte federale belastingen. Regionale en gemeentelijke belastingen en sociale bijdragen blijven bestaan [Noot: Dit klopt niet; de unieke transactietaks in 'Taksjager' vervangt alle belastingen en sociale premies.] De laagste inkomens, die ook de unieke transactietaks betalen, krijgen ter compensatie wel een bijslag van 300 euro. Om de totale rekening te doen kloppen moet het overheidsbeslag grondwettelijk beperkt worden tot 50 procent.

Vereeck haalt de unieke transactietaks bij de Amerikaanse econoom Edgar L. Feige, die al in 1989 zijn plan voor een Automated Payment Transaction Tax ontvouwde. De senator heeft dat voorstel nu op een Belgische leest geschoeid. Er zitten wel wat obstakels, zoals de Europese en de internationale afspraken over de btw, om meteen de belangrijkste te noemen. In het ideale geval moet zo’n unieke transactietaks internationaal ingang vinden. Zo niet draait de Belgische ontvanger/betaler op voor de volledige taks op verrichtingen met het buitenland. Bovendien verandert de unieke taks niets aan de vaststellingen van Bastiat. De overbevraagde moderne verzorgingsstaat blijft een reus op lemen voeten.

 

De Tijd, pag. 22.

← Terug naar het overzicht