Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Walloniƫ gedraagt zich als een aasgierfonds

donderdag 20 oktober 2016  Lode Vereeck

 

De Europese Unie wil meer handel drijven met Canada. We weten dat meer handel goed is voor de economie en tot meer welvaart en jobs leidt. Dat geldt zeker in ons land, want een op de zes Belgen heeft zijn job te danken aan de export. Daarom onderhandelde de EU over een nieuw vrijhandelsakkoord met Canada, dat Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) werd gedoopt. De onderhandelingen werden begin dit jaar afgerond.

CETA doet vele handelsbelemmeringen verdwijnen, zoals douanetarieven en onnodige administratieve formaliteiten. Hierdoor kunnen Belgische bedrijven makkelijker naar Canada exporteren; vooral onze kmo’s, want zij hebben het meeste last van administratieve rompslomp.

Nochtans krijgt CETA af te rekenen met heel wat tegenstand, onder meer van de Waalse regering. Eén kritiek is dat deregulering onze hoge Europese standaarden in gevaar zou brengen, onder meer op het vlak van sociale bescherming en milieuregelgeving. Niets is minder waar. De Europese Commissie kreeg immers geen carte blanche, maar onderhandelde met een duidelijk mandaat. CETA zal een vrijere handel bevorderen, maar is geen vrijgeleide voor Canada om de Europese regels te omzeilen.

Zo houdt de EU vast aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’, waardoor bepaalde stoffen pas gebruikt mogen worden als hun onschadelijkheid is aangetoond. Wat ingevoerd wordt in Europa, moet dus voldoen aan de Europese normen. Zo blijft de import van hormonenvlees uitdrukkelijk verboden. Dezelfde aanpak geldt voor het milieu of de openbare diensten. De EU bepaalt nog altijd zelf haar milieunormen en de lidstaten beslissen zelf hoe zij de openbare diensten organiseren. Daarnaast bevat CETA een clausule waardoor het verdrag kan worden herzien als essentiële onderdelen niet worden nageleefd.

Een fel bekritiseerd onderdeel van CETA was de ‘Investor to State Dispute Settlement’-clausule, die voorzag in een arbitragesysteem tussen een investeerder en een overheid in het geval van een conflict. Die clausule is ondertussen vervangen door het ‘Investment Court System’. Dat bevat belangrijke wijzigingen, zoals de oprichting van een rechtbank met de mogelijkheid tot beroep, de aanstelling van rechters, en vooral het vrijwaren van het regelgevingsrecht van de staten.

Wij kunnen onze wetgeving dus nog steeds wijzigen zonder dat een Canadees bedrijf daar rechten uit kan putten, tenzij die wijziging alleen zou gelden voor Canadese en niet voor Europese bedrijven. Het gevolg is dat een Canadees bedrijf enkel een proces kan aanspannen tegen de EU of een lidstaat, als het gediscrimineerd of onteigend wordt. CETA voorziet zo in een nieuw systeem van geschillenbeslechting, dat als model kan dienen voor toekomstige handelsakkoorden.

De laatste dagen zwaaien de tegenstanders van CETA met het argument dat de besluitvorming ondemocratisch zou verlopen. Het Europees Parlement, de nationale parlementen en - conform het verdrag van Lissabon - de deelstaatparlementen zouden enkel maar ‘ja’ mogen stemmen. Het ‘neen’ van Wallonië wordt als een democratisch recht beschouwd. Maar betekent democratie niet dat je de beslissing van de meerderheid aanvaardt? De overgrote meerderheid van de Europese landen wil een vrijhandelsakkoord met Canada.

De schade die Wallonië door de blokkering van CETA toebrengt aan de Europese en Belgische economie is bovendien manifest disproportioneel met het eventuele, maar twijfelachtige voordeel dat het zou verkrijgen uit niet-goedkeuring. Wallonië gedraagt zich dus als een aasgierfonds: het maakt misbruik van juridische procedures om zijn wil op te leggen aan een ruime democratische meerderheid die wel een constructieve oplossing wil. Er is nood aan een nieuwe beslisregel die dergelijk politiek aasgiergedrag aan banden legt.

 

Lode Vereeck, professor economie (Universiteit Hasselt) en senator (Open Vld).

De Morgen, pag. 2.

← Terug naar het overzicht