Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Opinie: Wat hadden ze niet in de jaren 80 wat we nu hebben voor het goede leven?

donderdag 3 november 2016  Andreas Tirez

Ik nam vorige vrijdag deel aan een debat over het basisinkomen. Twee andere leden van het panel, Lode Vereeck en Nele Lijnen, waren matig tot sterke voorstanders van een basisinkomen. Ik ben dat niet. Ik vrees dat een voldoende hoog basisinkomen onbetaalbaar is. Ik denk ook dat het niet rechtvaardig is, omdat een basisinkomen voor iedereen gelijk is, ongeacht of je veel geluk gehad hebt in het leven of net veel pech.

Voor sommige voorstanders van een basisinkomen gaat het echter vooral over het geven van meer vrijheid, wat het aantrekkelijk zou moeten maken voor liberalen. De redenering van de voorstanders is de volgende: als je zeker bent dat je pakweg 1.000 euro per maand ontvangt, ongeveer de armoedegrens voor een alleenstaande, zal je nooit echt arm worden. Die garantie geeft gemoedsrust om het risico te durven nemen om die saaie job die toch nooit bij je paste vaarwel te zeggen en te proberen wat je altijd al graag wou. Mensen zullen ondernemend worden of enkel jobs aanvaarden die goed bij hen passen, waardoor ze ook productiever zullen zijn. Kortom, een basisinkomen zal je bevrijden van de loonslaverij en de economie zal er tegelijkertijd wel bij varen.

Het is een aantrekkelijke gedachte, die me echter niet overtuigt. Ik denk namelijk dat mensen nu al vaak veel vrijheid hebben om hun dromen na te jagen, tenminste voor mensen uit de midden- en topklasse. Meer nog, ik denk niet dat mensen zo ontevreden zijn met de ‘loonslaverij’. Mocht dat wel het geval zijn, zouden ze minder kunnen werken én nog steeds voldoende overhouden om het goede leven te kunnen leiden.

We zijn de jongste decennia immers almaar rijker geworden, zonder dat we daar meer voor moeten werken. In 1980 was het reëel bruto binnenlands product (bbp) per capita 20.700 euro (in euro’s van 2010). In 2015 was het bbp gestegen naar 34.100 euro, of een stijging van 64 procent. Indien mensen hun huidige job tegen hun zin doen, zouden ze kunnen beslissen veel minder te werken. Maar dat gebeurt niet: het gemiddeld aantal werkuren per jaar is slechts zeer matig gedaald.

Het klopt dat we nu een hogere levensstandaard hebben, en dat daarvoor ook een hoger inkomen nodig is. De vraag is of die levensstandaard van nu nodig is om een goed leven te kunnen leiden. Of anders gesteld: wat had men in 1980 niet dat we nu wel hebben en dat nodig is om het goede leven te kunnen leiden? Ik kan weinig bedenken buiten een paar internetgerelateerde zaken die relatief goedkoop zijn en de betere gezondheidszorg (maar die wordt grotendeels collectief gefinancierd). Mensen zouden dus minder kunnen werken en toch goed kunnen leven, maar ze doen het niet.

Het zou ook kunnen dat men vooral een sociale (consumptie)norm wil volgen. Dat betekent dat de hoge levensstandaard enkel nagestreefd wordt, omdat anderen hem ook hebben, en niet zozeer om de hogere levensstandaard op zich. Als dat klopt, vraag ik me af of een basisinkomen wel extra vrijheid zal creëren, omdat ook dan de sociale norm dwingend zal zijn.

Een categorie van mensen bij wie het bovenstaande niet geldt en voor wie 1.000 euro per maand zonder enige twijfel wél de vrijheid sterk zal verhogen, zijn mensen die momenteel van een leefloon moeten rondkomen. Die mensen zitten, met een leefloon dat ongeveer 30 procent onder de armoedegrens zit, diep in de armoede, met alle materiële en sociale beperkingen als gevolg. Meer geld zal deze mensen hun vrijheid dus ongetwijfeld sterk verhogen. Als meer vrijheid de doelstelling van de voorstanders van een basisinkomen is, dan laten ze het onrealistische pleidooi voor een basisinkomen beter varen en zetten ze hun energie volledig in op het verhogen van het leefloon tot aan de armoedegrens. Het is veel gemakkelijker te financieren en te implementeren, en de vrijheid wordt zonder twijfel sterk verhoogd voor deze mensen.

 

De Tijd, pag. 12.

← Terug naar het overzicht