Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Arbeidsongevallen bij de Vlaamse overheid gestegen in 2013

maandag 30 maart 2015

Inleiding

Arbeidsongevallen zijn een belangrijke beleidsindicator voor het welzijn op het werk bij de Vlaamse en federale overheidsdiensten. Zij kunnen een tijdelijke of blijvende impact hebben op de arbeidsgeschiktheid van het personeel. Net zoals in de private sector liggen arbeidsongevallen aan de basis van een korte of langdurige afwezigheid van het personeelslid.

De Vlaamse overheid stelt op de website www.bestuurszaken.be gegevens publiek beschikbaar omtrent diverse (sub)thema’s, waaronder statistieken over arbeidsongevallen bij de Diensten van de Vlaamse overheid. Het is belangrijk om het aantal jaarlijkse arbeidsongevallen alsook de ernst ervan van nabij op te volgen. Ongevallen op de werkplek of tijdens de verplaatsing naar of van het werk hebben niet alleen gevolgen voor de personeelsorganisatie van de overheidsdienst, maar ze veroorzaken ook economische kosten voor de maatschappij en vooral veel menselijk leed.

 

1. Arbeidsongevallen bij de Diensten van de Vlaamse overheid

Op basis van cijfers van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Liesbeth Homans, kunnen we vaststellen dat er in de periode 2010 – 2013 in totaal 4.324 arbeidsongevallen bij de Vlaamse Diensten werden geregistreerd (zie tabel 1), waarvan 2 met dodelijke afloop (zie tabel 2). Na een verbetering in 2011 (-15% t.o.v. 2010), nam het aantal arbeidsongevallen in 2013 terug toe met 16% t.o.v. 2012.

Het aantal arbeidsongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid steeg in de periode 2010 – 2013 van 1130 (2010) naar 1163 (2013).  

De stijgende trend in het aantal arbeidsongevallen bij de Vlaamse overheidsdiensten wijkt af van die in de privésector, waar het aantal arbeidsongevallen in 2013 met 4,2% daalde ten opzichte van het jaar voordien. Zo staat te lezen in het jaarverslag 2013 van het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO).

 

Tabel 1: Totaal aantal arbeidsongevallen Diensten Vlaamse overheid, 2010 – 2013

Jaar

Aantal

arbeidsongevallen

%-verschil t.o.v.

voorgaand jaar

2010

1152

 

2011

982

- 15%

2012

1013

+ 3,2%

2013

1177

+ 16%

2010 - 2013

4324

 

 

Tabel 2: Aantal arbeidsongevallen Diensten Vlaamse overheid per beleidsdomein[1], 2010 – 2013

Departement

Dodelijke ongevallen

Ongevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid

Ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid

Totaal aantal arbeidsongevallen

2010 - 2013

2010

2011

2012

2013

2010

2011

2012

2013

2010

2011

2012

2013

DAR

0

0

0

0

0

0

0

0

11

8

12

11

42

BZ

0

0

0

0

0

0

0

0

82

79

67

82

310

FB

0

0

0

0

0

0

1

0

10

11

24

14

60

IV

0

0

0

0

0

0

0

0

18

6

3

5

32

EWI

0

0

0

0

0

0

0

0

14

6

5

11

36

OV

0

0

0

0

0

0

0

0

33

35

19

52

139

WVG

0

0

0

0

0

0

3

1

265

157

210

260

896

CJSM

0

0

0

0

0

0

0

0

79

55

45

58

237

WSE

0

0

0

0

17

18

12

7

99

74

78

99

404

LV

0

0

0

0

0

0

0

0

30

31

33

40

134

LNE

0

0

0

0

5

4

8

6

143

176

149

174

665

MOW

0

2

0

0

0

0

0

0

292

279

314

324

1211

RWO

0

0

0

0

0

0

0

0

54

41

30

33

158

Jaartotaal

0

2

0

0

22

22

24

14

1130

958

989

1163

4324

Totaal 2010 - 2013

2

82

4240

4324

 

Uit bovenstaande tabel 2 blijkt dat de meeste arbeidsongevallen (1211) in de periode 2010 – 2013 gebeurden binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). In 2011 vielen er 2 dodelijke arbeidsongevallen te betreuren, meer bepaald bij het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (zie ook bijlage 1). Na een daling van het aantal arbeidsongevallen in 2011 (-4,5% t.o.v. 2010) is de trend bij MOW in de daaropvolgende jaren stijgend.   

Het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) kent het tweede meeste aantal ongevallen (893) over de periode 2010 – 2013. Voor 4 slachtoffers leidde dat blijvende arbeidsongeschiktheid. Na een forse terugval van het aantal arbeidsongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid in 2011 tot 157 (nog 265 in 2010) steeg het aantal ongevallen in 2013 terug naar het niveau van 2010. Ongeveer de helft van het aantal arbeidsongevallen met tijdelijke ongeschiktheid binnen WVG deden zich voor bij de entiteit Jongerenwelzijn (zie tabel 3). 

 

Tabel 3: Aantal arbeidsongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid, 2010-2013

 

Departement WVG

Entiteit Jongerenwelzijn

% aandeel

 

2010

265

122

46%

2011

157

115

73%

2012

210

110

52%

2013

260

141

54%

 

Binnen het departement Werk en Sociale Economie (WSE) en het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) werden in de periode 2010 – 2013 het meest aantal arbeidsongevallen geregistreerd met langdurige of blijvende arbeidsongeschiktheid van de personeelsleden tot gevolg; respectievelijk 54 (66%) en 23 (28%).

 

2. Arbeidsongevallen bij de Diensten van de Vlaamse overheid tijdens het woon-werkverkeer

Sinds 2012 maakt de Vlaamse overheid een onderscheid tussen arbeidsongevallen die gebeuren op het werk en arbeidsongevallen die plaatsvinden bij de verplaatsing van of naar het werk (tijdens het woon-werkverkeer), zoals een auto-ongeluk.

Uit tabel 4 blijkt dat het merendeel van de arbeidsongevallen in 2012 en 2013 zich voordeed bij de uitoefening van het werk (1369 of 62,5%). In 2012 vond 35% (355/1013) van het totale aantal arbeidsongevallen plaats tijdens het woon-werkverkeer. In 2013 steeg dit aandeel tot 39,6% (466/1177).

 

Tabel 4: Aantal arbeidsongevallen tijdens uitvoering werk en woon-werkverkeer, 2012-2013

Departement

Totaal aantal arbeidsongevallen

 

Tijdens de uitvoering van het werk

Tijdens woon-werkverkeer

 

2012

2013

2012

2013

2012 - 2013

DAR

4

1

8

10

23

BZ

39

49

28

33

149

FB

6

2

19

12

39

IV

1

3

2

2

8

EWI

3

3

2

8

16

OV

8

7

11

45

71

WVG

152

174

61

87

474

CJSM

31

48

14

10

103

WSE

32

48

58

58

196

LV

19

29

14

11

73

LNE

96

100

61

80

337

MOW

248

238

66

86

638

RWO

19

9

11

24

63

Jaartotaal

658 (65%)

711 (60%)

355 (35%)

466 (40%)

2190

Totaal 2012 + 2013

1369 (63%)

821 (37%)

2190

 

Uit bovenstaande tabel blijkt dat dezelfde departementen (MOW, WVG, WSE en LNE) in 2012 en 2013 ook het grootst aantal arbeidsongevallen in het woon-werkverkeer laten optekenen.

Opvallend is dat er binnen sommige departementen meer arbeidsongevallen gebeuren tijdens het woon-werkverkeer, dan op de werkvloer. Dit is het geval voor de departementen DAR, FB, EWI, OV, WSE en RWO (in het geel gemarkeerd in tabel 4).

Zoals tabel 5 weergeeft, hadden 807 (98%) van arbeidsongevallen in het woon-werkverkeer in de periode 2012 – 2013 een tijdelijke impact op de arbeidsongeschiktheid. 14 (2%) ongevallen hadden een blijvende arbeidsongeschiktheid van het getroffen personeelslid tot gevolg. Er deden zich in deze periode geen dodelijke arbeidsongevallen voor tijdens de verplaatsingen naar en van het werk.

 

Tabel 5: Aantal arbeidsongevallen tijdens woon-werkverkeer, impact op arbeidsongeschiktheid, 2012-2013

Departement

Arbeidsongevallen tijdens woon-werkverkeer

 

Met blijvende  arbeidsongeschiktheid

Met tijdelijke arbeidsongeschiktheid

 

 

2012

2013

2012

2013

 

DAR

0

0

8

10

 

BZ

0

0

28

33

 

FB

1

0

18

12

 

IV

0

0

2

2

 

EWI

0

0

2

8

 

OV

0

0

11

45

 

WVG

2

0

59

87

 

CJSM

0

0

14

10

 

WSE

6

0

52

58

 

LV

0

0

14

11

 

LNE

3

2

58

78

 

MOW

0

0

66

86

 

RWO

0

0

11

24

 

Jaartotaal

12

2

343

464

 

Totaal 2012 + 2013

14 (2%)

807 (98%)

821

 

3. Ongevalsrisico 2013

Het ongevalsrisico drukt de risico op een arbeidsongeval uit als: het aantal ongevallen t.o.v. het aantal personeelsleden[2]. Tabel 6 toont de entiteiten binnen de Vlaamse overheid waarvoor het risico op een arbeidsongeval met tijdelijke arbeidsongeschiktheid in 2013 meer dan 5% bedroeg. Uit deze tabel blijkt o.m. dat de kans op een ongeval met tijdelijke ongeschiktheid meer dan 10% bedraagt bij het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming, de entiteit Jongerenwelzijn en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. De SARO[3] heeft een ongevalsrisico van 50%. Bijlage 2 bij deze nota bevat een gedetailleerd overzicht voor alle entiteiten binnen de Vlaamse overheid. Daaruit blijkt dat het globale ongevalsrisico bij de Diensten van de Vlaamse overheid 4,2% bedraagt.

Het ongevalsrisico op een arbeidsongeval met blijvende arbeidsongeschiktheid was voor alle entiteiten binnen de Vlaamse overheid onbestaande (0%), met uitzondering voor het OPZ Geel, de VDAB en de VMM waar het risico op een arbeidsongeval met blijvende ongeschiktheid respectievelijk 0,1%, 0,2% en 0,6% bedroeg in 2013.

 

Tabel 6: Diensten Vlaamse overheid met arbeidsongevalsrisico met tijdelijke arbeidsongeschiktheid > 5%

Entiteit

Ongevalsrisico

Agentschap voor Facilitair Management

8,0%

Agentschap voor Overheidspersoneel

6,2%

Departement Onderwijs en Vorming

6,3%

Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming

14,8%

Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs

5,3%

Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

5,4%

Jongerenwelzijn

10,5%

Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem

6,5%

Agentschap ter Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie

7,5%

Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek

5,8%

Agentschap voor Natuur en Bos

8,2%

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

10,2%

Agentschap Wegen en Verkeer

7,6%

Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust

8,7%

nv De Scheepvaart

7,6%

Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed

50,0%

 

4. Afwezigheidsduur

Tabel 7 geeft per departement de afwezigheidsduur ten gevolge van arbeidsongevallen weer. Personeelsleden die in 2012 en 2013 betrokken waren bij een arbeidsongeval met tijdelijke arbeidsongeschiktheid waren in totaal 37.653 kalenderdagen afwezig.

In 2013 daalde de afwezigheidsduur met 315 kalenderdagen, van 18.984 in 2012 naar 18.669 in 2013, ondanks een stijgend aantal ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid, van 989 naar 1163 (het aantal ongevallen op het werk steeg van 658 naar 711, maar vooral het woon-werkverkeer steeg fors van 343 naar 464). Deze daling in uren komt vooral voor rekening van minder afwezigheden door werkongevallen, want de afwezigheid door ongevallen tijdens het woon-werkverkeer is gestegen.

 

Tabel 7: Afwezigheidsduur door ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid, 2012-2013

Departement

Totale afwezigheid van ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid (in kalenderdagen)

 

Tijdens uitvoering van het werk

Tijdens woon-werkverkeer

 

 

2012

2013

2012

2013

 

DAR

5

31

34

63

 

BZ

858

1460

880

379

 

FB

91

6

145

452

 

IV

1

26

0

12

 

EWI

4

184

24

77

 

OV

410

126

198

491

 

WVG

2164

2050

1360

1118

 

CJSM

396

508

303

122

 

WSE

212

604

1041

1546

 

LV

466

622

188

43

 

LNE

1696

2037

603

1344

 

MOW

5888

3833

1663

951

 

RWO

224

25

130

560

 

Jaartotaal

12415 (65,3%)

11512 (61,7%)

6569 (34,6%)

7157 (38,3%)

 

Totaal 2012 + 2013

23927 (63,5%)

13726 (36,5%)

37653

 

5. Conclusies

Over de periode 2010 – 2013 werden er in totaal 4.324 arbeidsongevallen bij de Diensten van de Vlaamse overheid geregistreerd. Dit zijn gemiddeld 1.081 arbeidsongevallen per jaar. Elk arbeidsongeval is er één te veel. Het aantal arbeidsongevallen bij de Vlaamse overheid tot nul herleiden, is een nobel maar onrealistisch streven zijn, omdat fouten maken menselijk is. Maar het streven van de Vlaamse overheid en haar diensten moet wel zijn om alle vermijdbare arbeidsongevallen op de werkvloer en tijdens het woon-werkverkeer te vermijden.

Verontrustend is wel dat de arbeidsongevallencijfers bij de Vlaamse overheid (in tegenstelling tot de private sector) in 2013 een stijgende trend kenden, vooral het aantal ongevallen tijdens het woon-werkverkeer. Gezien de cijfers voor de algemene verkeersveiligheid in Vlaanderen in 2014 verslechterd zijn, is het bang afwachten wat de resultaten op vlak van arbeidsongevallen voor 2014 zijn.

Het gros van de ongevallen vindt nog steeds op de werkvloer plaats. Preventieve maatregelen kunnen de stijgende trend in het aantal arbeidsongevallen omkeren. Het is daarom van belang dat de Vlaamse overheid leert uit de arbeidsongevallen die zich hebben voorgedaan en reageert met gepaste, preventieve maatregelen en de nodige aanpassingen in de werkomgeving doorvoert. Het terugdringen van het aantal arbeidsongevallen vereist een volgehouden inspanning van alle betrokkenen.

De cijfers tonen aan dat de problematiek van de arbeidsongevallen zich concentreert in vier departementen van de Vlaamse overheid: MOW, WVG, WSE en LNE. De preventie van arbeidsongevallen dient een aandachtspunt te zijn binnen álle departementen en entiteiten van de Vlaamse overheid, maar uiteraard moet bijzondere beleidsaandacht gaan naar de departementen MOW, LNE, WSE en WVG.

Het is ook van maatschappelijk belang dat het aantal arbeidsongevallen daalt. Zij veroorzaken immers aanzienlijke economische kosten en menselijk leed. Onder de maatschappelijke kost van arbeidsongevallen wordt verstaan: het geleden productieverlies, de medische kosten, de hospitaalbezoekkosten, de versnelde begrafeniskosten, de administratieve verzekerings- en   gerechtskosten en de interventiekosten van politie en brandweer, maar ook het menselijk leed dat arbeidsongevallen met zich meebrengen. De totale maatschappelijke kost voor een dodelijk ongeval wordt geschat op 2.381.130 euro, voor blijvende arbeidsongeschiktheid op 695.162 euro en voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid op 22.736 euro. Voor de ongevallen binnen de Diensten van de Vlaamse overheid over de periode 2010-2013 kan de maatschappelijke kost dus geschat worden op 158,2 miljoen euro of een gemiddelde jaarlijkse maatschappelijke kost van 39,5 miljoen euro.

Sinds 2012 worden ook statistieken omtrent de arbeidsongevallen tijdens het woon-werkverkeer bijgehouden. In 2012 vond 35% van alle arbeidsongevallen bij de Vlaamse Diensten plaats tijdens de verplaatsing naar en van het werk, goed voor een afwezigheidsduur van in totaal 6569 dagen (34,6%). In 2013 deed zich 39,6% van alle arbeidsongevallen voor in het woon-werkverkeer, met 7157 (38,3%) dagen afwezigheid tot gevolg. Meer dan een derde van de arbeidsongevallen gebeurt m.a.w. tijdens het woon-werkverkeer en dus op de weg. De Vlaamse overheid, en bij uitbreiding alle overheden, dienen dan ook blijvend in te zetten op het verkeersveiligheidsbeleid en hiervoor de nodige middelen uit te trekken.



[1] Voor 2010 en 2011: exclusief instructiepersoneel en buitenlandpersoneel. Voor 2012 en 2013: inclusief instructiepersoneel.

[2] Inclusief instructiepersoneel.

[3] Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed.

← Terug naar het overzicht