Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

Eén jaar nieuwe Senaat. Een persoonlijke evaluatie

donderdag 25 juni 2015

 

1. Inleiding

De Belgische Senaat ligt regelmatig zwaar onder vuur. Tegenstanders trekken openlijk het nut van een tweede kamer in twijfel. Harde woorden worden daarbij niet geschuwd. Zo trekken ze van leer tegen de “nutteloze”, “overbodige” en “oubollige” Senaat die men het liefst wil afschaffen. Tijd voor een persoonlijke evaluatie na één jaar werken in de nieuwe Senaat.*

  

 

2. Macht van een parlement

Het valt op dat de nieuwe Senaat blijft worstelen met haar rol in het democratisch bestel van het federale België. Buitenlandse voorbeelden tonen nochtans aan dat het weinig te maken heeft met de instelling in se. Zo is de Amerikaanse Senaat veel machtiger dan het Huis van Afgevaardigden.

 

Een parlement is maar zo machtig als het gezag dat het verwerft door de inzet van haar leden. Aangezien elk parlementslid vrij is om zijn mandaat naar eigen goeddunken in te vullen, is een parlement wat de parlementsleden ervan maken. De aanslepende malaise van de Belgische Senaat zegt dus meer over de ondermaatse inzet van de vorige generaties dan over de instelling zelf. Zij zijn er niet in geslaagd om deze assemblee op de politieke kaart te zetten.

 

Er zijn echter enkele opvallende uitzonderingen. Zo werden in de vorige legislaturen een pak innovatieve voorstellen in de Senaat uitgewerkt, waarmee de regering grote sier maakt: de invoering van flexijobs, het kortwieken van aasgierfondsen en de ethische dossiers waarin ons land voortrekker is. Goed werk leveren in de Senaat, het kan wel degelijk. Het hangt gewoon af van de senatoren zelf.

 

 

3. Kwaliteit van wetgeving

In een goed functionerend tweekamerstelsel zorgt een tweede kamer in principe voor een gezond democratisch tegengewicht tegen een al te onstuimige eerste kamer en de regering. Zo zou een tweede lezing van wetsvoorstellen en -ontwerpen door de tweede kamer de kwaliteit van de wetgeving ten goede moeten komen.

 

Hoewel het pover gesteld is met de wetgevingskwaliteit in ons land, is de Belgische Senaat er in het verleden niet in geslaagd deze opportuniteit te grijpen en haar meerwaarde hierin te bewijzen. Integendeel, de tweede lezing werd als puur tijdverlies beschouwd en bijgevolg afgeschaft.

 

 

4. Taken van de nieuwe Senaat

De hoofdtaken van een parlement zijn het maken van wetten en het controleren van de regering. Sinds de 6de staatshervorming doet de Belgische Senaat geen van beide meer.[1] De Senaat, zoals die 183 jaar heeft bestaan, is dus afgeschaft. Er zetelen geen federaal verkozen senatoren meer, maar enkel regionale volksvertegenwoordigers, afgevaardigd uit het Vlaamse, Waalse, Brusselse, Franstalige en Duitstalige parlement. De Senaat is dus geen tweede kamer meer, maar een parlementair overlegorgaan van de deelstaten, te vergelijken met de Raad van Europa of het Benelux-parlement.

 

In een federaal land is het niet zo gek (en zelfs gebruikelijk) om een territoriale assemblee te hebben waar de deelstaten structureel samenwerken. In een confederaal model zou de Senaat zelfs de belangrijkste assemblee zijn, omdat de deelstaten er rechtstreeks kunnen beslissen wat ze nog samen op federaal niveau willen doen. Het is vreemd dat een zogenaamde confederalistische partij als de N-VA die logica niet inziet. Mocht de Senaat niet bestaan, dan moesten we ze uitvinden.

 

Welke taken en bevoegdheden hebben de Vlaamse parlementsleden in de Senaat? Naast een viertal kleinere taken[2] zijn zij vooral bevoegd voor de institutionele inrichting van ons land (de grondwet en de staatshervorming) en de coördinatie van federale wetten en regionale decreten. Zij doen dat onbezoldigd en offeren dus hun maandagen en vrijdagen op, terwijl andere Vlaamse volksvertegenwoordigers geen parlementaire verplichtingen hebben. Je moet dus wel een beetje zot zijn om senator te willen worden. Maar dat terzijde.

 

 

4.1. Voorbereiding 7de staatshervorming

Een belangrijke bevoegdheid van de Senaat blijft de herziening van de Grondwet. Vlaamse parlementsleden kunnen dus mee de federale Grondwet wijzigen! Dat is een fundamentele bevoegdheid die maar aan weinig regionale parlementen is gegeven.

 

Daarnaast is de Senaat bevoegd voor de institutionele inrichting van ons land. De grote sprong is dat een staatshervorming dus niet langer boven de hoofden van de Vlaamse parlementsleden wordt bedisseld, maar dat zij via de Senaat voortaan rechtstreeks mee beslissen! Van een Copernicaanse omwenteling gesproken, zeker in geval van asymmetrische coalities. Het belang hiervan kan evenmin onderschat worden.

 

Een hertekening van de instellingen vergt steeds een grondige voorbereiding. Het is dus nù dat de volgende staatshervorming moet worden voorbereid, in alle rust en objectiviteit, ver weg van de verkiezingskoorts, maar wel volle gas vooruit. Een goede staatshervorming vereist een permanente evaluatie van onze instellingen. Het is de taak van de Senaat om zonder taboes te onderzoeken wat werkt en wat niet. Dat gebeurt op dit moment (nog) niet. In de vier volgende jaren moet de Senaat voluit haar constitutionele rol spelen en in alle communautaire luwte de 7de staatshervorming voorbereiden. Zo dient er een evaluatie te komen van o.a. de 6de staatshervorming, de bevoegdheidsverdeling, de transfers tussen Vlaanderen en Wallonië, de voorspelbaarheid van de federale dotaties (teneinde de deelstaten niet op te zadelen met onverwachte financiële katers), de afdwingbaarheid van budgettaire afspraken tussen de entiteiten (zodat de NV België op een geloofwaardige manier haar Europese verplichtingen kan nakomen).

 

 

4.2. Coördinatie van beleid en wetgeving

Als regionale decreten of federale wetten haaks op elkaar staan, dan kunnen de Vlaamse parlementsleden en hun Waalse en Brusselse collega’s die in de Senaat coördineren. Zodra zij klaar zijn met hun ready-to-copy voorstellen, worden die overgemaakt aan de verschillende regeringen en parlementen van ons land, die ze vervolgens in wetgeving of beleid kunnen gieten. Dus: voor een wet op maat, bel de Senaat.

 

In haar eerste jaar formuleerde de Senaat  wetgevende en beleidsmatige voorstellen rond: de coherente omzetting van Europees recht, de versterking van vrouwenrechten en de invoering van het mee-ouderschap. Op dit moment wordt er gewerkt aan een gecoördineerd armoedebeleid, de stroomlijning van het deradicaliseringsbeleid en de afstemming van de vervoersplannen van de vier openbare vervoersmaatschappijen (NMBS, De Lijn, TEC, MIVB)[3].

 

In de toekomst kan de nodige wetgeving worden voorbereid voor bvb. de effectieve introductie van de zelfrijdende auto en de budgettaire coördinatie binnen de NV België. De Senaat kan als deelstatenkamer ook de impact van de federale tax shift op Vlaanderen en de andere deelstaten onderzoeken. Bovendien kunnen de Vlaamse parlementsleden via resoluties aanbevelingen geven aan de federale regering!

 

De coördinatie van wetten en decreten in één instelling getuigt van een efficiënte aanpak. Zonder de Senaat zouden er immers tientallen interparlementaire commissietjes moeten worden opgericht. Bovendien is het de enige assemblee die het totaal overzicht heeft over wetten en decreten.

 

 

4.3. Bicameraal Comité Wetsevaluatie

De Senaat verricht haar werkzaamheden niet enkel in haar eigen ‘transversale’ commissies, ze participeert ook in de bicamerale commissies Europese Aangelegenheden en Wetsevaluatie. Hoewel de Senaat al maanden klaar is om het Comité Wetsevaluatie op te starten, stuit dit op een njet van de N-VA. Vanuit de Kamer blokkeert de N-VA al evenveel maanden de werking van deze commissie, omdat men de Senaat eruit wil. Nochtans heeft ook Vlaanderen belang bij de evaluatie van federale wetgeving die een grote impact heeft op haar werking. Denk maar aan de wetgeving rond vzw’s die van toepassing is op scholen, sportclubs en cultuurorganisaties.

 

Aan deze jaarlange onwettelijkheid moet nu maar eens een einde komen. De wet moet worden toegepast; het comité moet samenkomen om de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof, de Procureur-Generaals bij Cassatie, burgers, ondernemingen en administraties te bespreken en te beantwoorden. Desnoods moet de Senaat maar alleen verder gaan met de wetsevaluatie.

 

 

4.4. Ongelijke wapens voor gecoöpteerde senatoren

Alle senatoren worden verondersteld om in de Senaat de belangen van hun deelstaat te behartigen. Maar hoe moeten de gecoöpteerde senatoren zich over die belangen informeren? De Nederlandstalige gecoöpteerden hebben weliswaar spreekrecht in de commissies van het Vlaams parlement,[4] maar ze mogen geen vragen stellen aan de Vlaamse regering. Volgens Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) is dat ‘controlerecht’ grondwettelijk voorbehouden aan Vlaamse parlementsleden. Op hun beurt mogen de Vlaamse parlementsleden wel schriftelijke vragen stellen aan de federale regering, mits zij het ‘transversale’ karakter van hun vraag motiveren. Deze ongelijke behandeling kan worden opgelost door de gecoöpteerde senatoren een ‘informatierecht’ te geven.

 

 

4.5. Politiek voorbij de waan van de dag

De essentie van een volksvertegenwoordiging is dat ze een visie ontwikkelt voor de toekomst van de natie. Ze moet zich niet bezighouden met technische details, laat staan met gekibbel. Sinds de 6de  staatshervorming is er een duidelijke taakverdeling ontstaan: de Kamer en de regionale parlementen zijn er voor de politieke keuzes, de Senaat voor de coördinatie van wetgeving en beleid. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de Senaat de discussies in de andere parlementen nog eens dunnetjes overdoet, zoals dat in het verleden het geval was.

 

Na één jaar werking valt het wezenlijke verschil met de andere assemblees ook op. Zo houdt de Senaat zich enkel bezig met lange-termijn vraagstukken, terwijl de andere parlementen zich vaak verliezen in de waan van de dag. Het toppunt zijn de vragenuurtjes in de Kamer en het Vlaams parlement, waarbij vragen reglementair pas gesteld mogen worden als het eerst in de krant heeft gestaan.

 

 

5. Obstructie binnen de nieuwe Senaat

Toch is ook de Senaat niet immuun voor partijpolitieke spelletjes. Het is geen geheim dat de N-VA in het Bureau steevast op de rem gaat staan, wanneer de andere partijen voorstellen doen. Ze past er een verrottingsstrategie toe.[5] Enerzijds verkondigen dat de Senaat niet werkt en anderzijds de werkzaamheden in de Senaat saboteren, is hypocriet en getuigt van slechte wil. Heeft de N-VA soms schrik dat de Senaat wel zou werken?

 

Dit soort van interne obstructie is echt onaanvaardbaar. Zolang de Senaat bestaat en er belastinggeld naar toe vloeit, is het onze verdomde plicht om de Senaat te laten werken in het belang van het land. In 2019 kan geëvalueerd worden of de Senaat een beleidsmatige meerwaarde heeft gehad. Ondertussen moeten de afspraken van het regeerakkoord worden gerespecteerd, d.w.z. een loyale uitvoering van de 6de staatshervorming, met inbegrip van de uitrol van de Senaat als “ontmoetingsplaats van de deelstaten”.

 

 

6. Vlag “Kamer der Deelstaten” dekt lading

De nieuwe Senaat gelijkt in niets op haar voorganger. Het behoud van de oude naam, Senaat, wekt bij de publieke opinie echter de verkeerde indruk dat alles bij het oude is gebleven. Niets is minder waar. De samenstelling en de taken van de Senaat zijn door de 6de staatshervorming zodanig fundamenteel en ingrijpend veranderd dat een naamswijziging zich opdringt. Daarom heb ik een grondwetswijziging ingediend die ervoor moet zorgen dat de vlag terug de lading dekt: Kamer der Deelstaten.[6] Het federaal parlement zal dan effectief twee kamers hebben: de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Kamer der Deelstaten. [7]

 

 

7. Kostenplaatje van de oude en nieuwe Senaat

Maar is de nieuwe Senaat niet veel te duur? Hoeveel miljoenen euro’s kost de Kamer der Deelstaten? Waar gaat al dat geld precies naar toe en hoe kan er bespaard worden? Het zijn meer dan legitieme vragen. Daarom worden hier de cijfers op een rijtje gezet. Het budget van de Senaat is op twee jaar tijd (tussen 2013 en 2015) met 21,3% gedaald van 69,8 miljoen euro naar 55,0 miljoen euro. Het personeelsbestand daalde in dezelfde periode van 311,64 naar 276,37 voltijdsequivalent (of min 11,3%). Sinds 2009 geldt ook een aanwervingsstop.

 

Senaat

            Budget (euro)

             Personeels-

leden*

Voltijds

              equivalent

2013

69.881.000

349

311,64

2014

64.488.000

322

276,37

2015

54.994.500

 

 

                                                      * aanwervingsstop sinds 2009

 

In 2015 gaat het gros van de middelen (42,95%) naar de vergoeding van de ambtenaren. De tweede grootste post (27,40%) zijn de lonen van de politieke partijmedewerkers. De uittredingsvergoedingen van gewezen senatoren, de (halve) vergoedingen van de 10 gecoöpteerde senatoren en de zitpenningen van de Bureauleden slorpen thans 19,42% van het budget op. Zoals gezegd, ontvangen de Vlaamse parlementsleden als deelstaatsenatoren geen enkele vergoeding. De rest (10,22%) zijn werkingsmiddelen, waaronder het onderhoud van het Paleis van de Natie dat gedeeld wordt met de Kamer.

 

Senaat (2015)

            Budget (euro)

                 Aandeel

- (gewezen) senatoren

10.681.000

19,42%

- politiek personeel

15.070.000

27,40%

- statutair personeel

23.622.500

42,95%

- werkingskosten

5.621.000

10,22%

Totaal

54.994.500

100,00%

 

 

8. Afslanking van de Senaat met 70%

De huidige bestaffing en budget is nog grotendeels op maat van de oude Senaat die pas in juni 2014 werd hervormd. Uiteraard moet ze worden afgeslankt op maat van haar nieuwe, beperktere rol. Dat kan echter niet van vandaag op morgen, al was het maar omdat de statutaire ambtenaren vastbenoemd zijn en het Paleis der Natie moet onderhouden worden.

 

Ter vergelijking: de Nederlandse Eerste Kamer telt 75 senatoren en 50 personeelsleden en heeft een budget van 12 miljoen euro. De Nederlandse Senaat vergadert wekelijks op dinsdag, zowel in plenaire vergadering als in (een van de dertien) commissies.

 

België is natuurlijk een institutioneel en linguïstiek complexer land. Op basis van de ervaringen en vergaderfrequentie van het eerste werkjaar[8] kan de personeelsbehoefte van de nieuwe Senaat tentatief worden ingeschat op 150 vte’s.[9] Door de leeftijdsopbouw van het senaatspersoneel (60% is ouder dan 50 jaar) kan dit kader gerealiseerd worden door natuurlijke afvloeiingen. De besparing bedraagt ongeveer 10,9 miljoen euro.

 

Verder zullen ook de uittredingsvergoedingen van de gewezen senatoren binnenkort uitdoven. Daarna zijn de vergoedingen beperkt tot de 10 gecoöpteerde senatoren (5 vte) en de leden van het Bureau. De totale besparing bedraagt 10,1 miljoen euro.

 

Logischerwijze wordt het politieke personeel van een Kamer der Deelstaten ook betaald door de deelstaten. Als een lid van het Bureau van het Vlaams parlement een medewerker krijgt, dan moet een Vlaams parlementslid zeker een medewerker krijgen voor de ruimere werkzaamheden in de Senaat. Dit levert de Senaat een besparing op van 15,1 miljoen euro.

 

Tenslotte kan het onderhoud van het Paleis der Natie en het bijhorend budget worden overgedragen aan de Kamer. Dat is een besparing voor de Senaat van 3 miljoen euro. Op die manier komt alvast een einde aan de soap met de kapotte liften naar het restaurant, waarover Kamer en Senaat nu al maanden bakkeleien en waardoor mensen met een beperking slechts via een grote omweg het restaurant kunnen bereiken.

 

Senaat

      Budget (euro, 2015)

       Budget (euro, 2020)

- (gewezen) senatoren

10.681.000

570.000

- politiek personeel

15.070.000

-

- statutair personeel

23.622.500

12.750.000

- werkingskosten

5.621.000

2.600.000

Totaal

54.994.500

15.920.000

 

Voor de werking van de Kamer der Deelstaten volstaat dus een budget van 15,9 miljoen euro. Dat is 39,0 miljoen euro of 70,9% minder dan vandaag. Het zou logisch zijn indien dit budget gefinancierd werd door de regionale parlementen.

 

 

9. Vlaamse schrik of Vlaamse onwetendheid?

Zoals vermeld, tonen buitenlandse voorbeelden aan dat een Senaat een machtige assemblee kan zijn. De Belgische Senaat was en is dat veel minder, maar heeft in het verleden wel voor relevante wetgeving gezorgd (bvb. euthanasie, aasgieren, flexijobs). Wat er ook van zij, de oude Senaat is afgeschaft. Vandaag geeft de Kamer der Deelstaten aan Vlaamse parlementsleden de macht om bvb. de federale Grondwet te herzien, de volgende staatshervorming te beslissen of wetten te coördineren. Het is een structureel samenwerkingsverband tussen de deelstaten, dat efficiënter werkt dan talloze interparlementaire ad-hoc commissietjes en dat ook perfect past in een confederale logica. Daarenboven kan ze financieel afgeslankt worden op maat van haar nieuwe taken.

 

Waarom dan die continue aanvallen? De nieuwe senaat is een accident de parcours. Men wilde de instelling afschaffen. Men durfde niet. En dus kwam er - op het eerste zicht - een halfslachtig compromis uit de bus, dat - bij nader toezien - bijzonder nuttig en zelfs noodzakelijk is voor het functioneren van onze (con)federale staat. De nieuwe senaat geeft Vlaanderen en de andere deelstaten een zeg op het federale niveau. Dankzij de nieuwe senaat kunnen Vlaamse parlementsleden de Grondwet wijzigen, beslissen Vlaamse parlementsleden rechtstreeks over de volgende staatshervorming, zetelen Vlaamse parlementsleden in internationale fora zoals de Raad van Europa, kunnen Vlaamse parlementsleden directe aanbevelingen doen aan de federale regering (via resoluties), kunnen Vlaamse parlementsleden voorstellen doen om federale wetten met een impact op Vlaanderen te wijzigen of om Vlaamse, Waalse en Brusselse decreten te coördineren en treden Vlaamse parlementsleden in structureel overleg met parlementsleden uit andere deelstaten. Willen de Vlamingen die nieuwe bevoegdheden dan niet?

 

 

10. Belgische scalp aan Vlaamse gordel

De tegenstanders werpen op dat deze bevoegdheden en taken ook rechtstreeks in het Vlaams parlement en de andere deelstaatparlementen kunnen worden opgenomen. Dat klopt. Maar dan zitten we in een separatistische logica, waarin de deelstaten elk apart in hun eigen assemblees maatregelen voorbereiden (bvb. een grondwetswijziging). De nieuwe senaat volgt een (con)federale logica, waarin parlementsleden uit de deelstaten op het federale niveau met elkaar federale maatregelen voorbereiden (bvb. een grondwetswijziging). Zo’n structurele parlementaire samenwerking tussen de deelstaten op het federale niveau is bevorderlijk voor de goede werking van een (con)federale Belgische staat. De voorstanders van Vlaamse onafhankelijkheid beseffen dat gevaar en wil daarom kost-wat-kost de nieuwe senaat vernietigen. Andere partijen lijken in die separatistische val te trappen.

 

De Senaat is voor sommigen ook gewoon een symbool van België. Zij beschouwen de afschaffing als de eerste stap in de ontmanteling van de Belgische federatie en willen deze scalp aan hun gordel. Het valt op dat de voorstanders van Vlaamse onafhankelijkheid er, bijvoorbeeld,  geen graten in zien om te zetelen in het Benelux parlement.[10] Nochtans is ook die assemblee slechts een “ontmoetingsplaats” van nationale en regionale parlementairen. Dat lijkt inconsequent, maar dat is het niet. Zij strijden immers tegen België, niet tegen de Benelux. Zij zitten dus graag samen met hun Nederlandse en Luxemburgse collega’s, maar niet met de Waalse en Brusselse collega’s in de Senaat. Kan het nog duidelijker?

 

 

11. Geen Mehrheitstreue in de Senaat

De politieke partijen moeten nu maar eens beslissen of ze de destructieve ijver van sommigen gaan volgen en de Senaat willen opdoeken. Mij niet gelaten, het gaat vooral om de duidelijkheid. Het zou immers niet fair zijn om deze nieuwe generatie senatoren af te branden, als ze tijdens deze legislatuur niet voluit zijn kunnen gaan. De Senaat wordt nu al een jaar lang gegijzeld door de Mehrheitstreue. Dat is nogal absurd, want wat is de zin om de federale meerderheidslogica door te trekken naar een Kamer der Deelstaten, die eerder de regionale meerderheden zou moeten weerspiegelen?

 

De enige manier om de Senaat te doen werken, is gewoon te werken met de mensen van goede wil, over de grenzen van partijen en meerderheden. We moeten de verandering niet verkondigen, maar uitvoeren. Wachten is geen optie meer.

 

 

12. Eerlijk debat over de toekomst

Ik was en ben voorstander van de afschaffing van de Senaat. Maar het punt is dat de Senaat effectief opgedoekt is. Ze is vervangen door een Kamer der Deelstaten, die werkelijk in niets gelijkt op de oude Senaat, noch qua samenstelling, noch qua taken, noch qua vergoedingen. Het is een afgeslankte assemblee van regionale parlementsleden die wetten coördineren en de staatshervorming voorbereiden, zonder de inefficiënte versnippering van tientallen interparlementaire commissietjes. Het geeft Vlaamse parlementsleden en hun regionale collega’s ongeziene (en voorlopig onbenutte) nieuwe bevoegdheden, die ik niet wil afgeven.

 

Ik geef toe dat deze boodschap nog niet is doorgedrongen bij de publieke opinie en dat een andere naam veel zou verhelderen. Het licht is uit in de Senaat. Het brandt nu in de Kamer der Deelstaten, waar Vlaamse parlementsleden verantwoordelijkheden (kunnen) opnemen op federaal niveau!

 

Als politicus heb ik er echter geen enkel probleem mee dat ook deze Kamer der Deelstaten ter discussie wordt gesteld. Haar bestaan is immers een politieke keuze, die door politici moet gemaakt worden en waarvoor er legitieme argumenten pro én contra zijn.

 

Waar ik wel een probleem mee heb, is dat de discussie gevoerd wordt met valse argumenten: de senatoren zijn ‘postjespakkers’ (terwijl ze geen enkele vergoeding krijgen), de senaat is te duur (terwijl ze zo snel als mogelijk wordt afgeslankt op maat van haar nieuwe taken), de senaat doet dubbel werk (echt niet), de senaat is nutteloos (terwijl de eerste rapporten van hoge kwaliteit zijn en Vlaamse parlementsleden een zeg krijgen op het federale en internationale niveau).

 

Van nutteloosheid gesproken. Wat is de meerwaarde van een Vlaams parlement dat debatteert over zaken waarvoor het niet eens bevoegd is, zoals de erkenning van een Palestijnse staat? Wat is de meerwaarde van de marathonzittingen in de Kamer, zoals het pensioendebat, waarin niemand nog naar elkaar luistert? Men kan nog veel leren van de manier van werken in de nieuwe Senaat.

 

 

13. Epiloog

De afschaffing of het voortbestaan van een assemblee is een politieke keuze. En de argumenten en beweegredenen achter die keuze zijn eveneens politiek. De Senaat is geen parlement meer in de traditionele zin, maar een parlementair overlegorgaan zoals de Raad van Europa. Het geeft Vlaamse parlementsleden belangrijke federale bevoegdheden, zoals grondwetswijzigingen en staatshervormingen. Wie tegen de nieuwe Senaat is, wil niet dat Vlaamse parlementsleden zich bemoeien met federale materies. Wie tegen de Kamer van Deelstaten is, wil dat het (con)federale België niet functioneert. Wie weigert om mee te werken aan een ontmoetingsplaats van de gemeenschappen, zegt eigenlijk dat hij de andere gemeenschappen niet meer wil ontmoeten. Zeg dat dan gewoon.

Et ceterum censeo Senatu deleto foederationem deletam.

 

 

Brussel, 25 juni 2015,

Lode Vereeck, gecoöpteerd deelstatenkamerlid (Open Vld)



* De standpunten en voorstellen in deze tekst zijn gebaseerd op mijn persoonlijke evaluatie na één jaar werking van de hervormde Senaat. Ze binden noch mijn partij, noch mijn fractie.

[1] Sinds half oktober 2014 mogen senatoren wel terug schriftelijke vragen stellen aan de federale regering, mits het transversale karakter van het onderwerp wordt aangetoond, d.w.z. het verband tussen het federale en het regionale niveau.

[2] Bemiddeling tussen de verschillende parlementen van het land in het geval van een belangenconflict, bewaking van de subsidiariteit bij initiatieven vanuit de Europese Unie, benoemingen in de hoogste rechtscolleges (Grondwettelijk Hof, Raad van State, Hoge Raad van Justitie), vertegenwoordiging in internationale parlementaire organisaties (o.a. Raad van Europa, OVSE, COSAC, IPU, ASEP).

[3] In de Commissie Transversale Gewestaangelegenheden buigt de Senaat zich thans over de coördinatie van het openbaar vervoersaanbod. Het Vlaamse parlement gaat immers niet over de NMBS; de Kamer gaat niet over De Lijn. maar de Senaat gaat wel over (de coördinatie van) beide. Natuurlijk moet de Senaat het Vlaamse debat over De Lijn of het Kamerdebat over de NMBS niet overdoen. Het gaat ook niet over de operationele coördinatie. De opdracht van de Senaat is op zoek te gaan naar een andere, efficiëntere verdeling van regie en uitvoering in het openbaar vervoersaanbod.

[4] Art. 29, 2 van het Reglement van het Vlaams parlement.

[5] Een voorbeeldje uit de Commissie Institutionele Zaken. Na maanden sleutelen aan een aantal wetsvoorstellen (o.a. het inschrijven van het recht op toegang tot het internet in de Grondwet), waarvoor ook hoorzittingen met gastsprekers werden georganiseerd, werd op vraag van N-VA beslist om ‘voorlopig’ geen wijzigingen aan de grondwet toe te laten.  Als klap op de vuurpijl wordt een mail rondgestuurd met de vraag naar de nieuwe prioriteiten van de fracties voor de Commissie Institutionele Zaken…

[6] Voorstel van verklaring tot herziening van het opschrift van titel III, hoofdstuk I, afdeling II, van de Grondwet, om de benaming ‘Senaat’ te vervangen door de benaming ‘Kamer der Deelstaten’:

http://www.senate.be/www/?MIval=/dossier&LEG=6&NR=209&LANG=nl

[7] De Kamer der Deelstaten is de wettelijke opvolger van de Senaat. In die zin verdwijnt de Senaat natuurlijk niet. In Nederland wordt de Senaat meestal de Eerste Kamer genoemd. Af en toe wordt er nog verwezen naar de Senaat of worden de Eerste Kamerleden senatoren genoemd.

[8] Er zijn drie vaste commissies in de Senaat (Institutionele Zaken, Transversale Gemeenschapsaangelegenheden, Transversale Gewestaangelegenheden) en ad-hoc commissies (bvb. Deradicalisering), die in de praktijk één keer per week vergaderen (op maandag). Bij het afronden van een informatieverslag stijgt de vergaderfrequentie. Daarnaast is er de maandelijkse plenaire sessie (op vrijdag).

[9] Elke vergadering vereist de aanwezigheid van een secretaris, twee tolken, een ict’er en een bode. Daarnaast is er een basiscapaciteit nodig op vlak van juridisch advies, verslaggeving, personeelszaken, onderhoud en logistiek, protocol (buitenlandse gasten).

[10] Het Benelux parlement heeft 3 plenaire zittingen en 8 commissiedagen per jaar. De financiële kost is moeilijk te becijferen. Het officiële budget bedraagt 600.000 euro. Daarin zijn de lonen van enkele medewerkers opgenomen, maar niet de inzet van de medewerkers uit de Benelux Unie die de commissies inhoudelijk voorbereiden. Het budget van de Benelux Unie bedraagt 4,8 miljoen euro.

← Terug naar het overzicht