Bezoek academische website Lode Vereeck Lode Vereeck

T-TIP: meer welvaart door vrijhandel, maar geen uitverkoop aan corporate America

donderdag 11 juni 2015  Patrick Dewael, Lode Vereeck en Philippe de Backer

 

Recent was EU-handelscommissaris Malmström te gast in de Kamer om er toelichting te geven bij het ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’. ‘T-TIP’ is een ambitieus vrijhandelsakkoord dat de handel en investeringen tussen Europa en de Verenigde Staten krachtig moet stimuleren. En vrijhandel heeft die kracht om vooruitgang en welvaart te creëren, ook voor ons land. Het volume van de wereldhandel steeg de laatste 15 jaar met meer dan de helft. Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea zorgde bijvoorbeeld voor een toename van de Europese uitvoer met 35%. Eén op de zes Belgen heeft zijn job te danken aan export naar buiten Europa. De eindbalans van deze toegenomen handelsstromen is alleen maar positief: meer groei, meer jobs, meer welvaart.

 

Nochtans krijgt T-TIP af te rekenen met een hardnekkige oppositie van andersglobalisten, vakbonden, consumenten- en milieuorganisaties die vrezen dat het een paard van Troje is, een uitverkoop aan ‘corporate America’. Sommige bezorgdheden zijn terecht, maar al bij al dreigen ze het grotere plaatje uit het oog te verliezen en het kind met het badwater weg te gooien. Het wordt dringend tijd dat het maatschappelijk debat over T-TIP opnieuw over feiten en reële bezorgdheden gaat, en niet over fabels.

 

Concreet onderhandelen de twee grootste economische blokken ter wereld over het wegwerken van douanetarieven en onnodige administratieve barrières. Dat betekent onder meer het harmoniseren van Europese en Amerikaanse regels. Zo neemt T-TIP een groot aantal belemmeringen weg, waardoor sectoren waarin België wereldleider is, zoals de farmacie of de baggeraars, niet langer kansen missen op de Amerikaanse markt. T-TIP creëert echter vooral opportuniteiten voor KMO’s omdat zij het meeste last hebben van administratieve kluwens en ‘red tape’.

 

De tegenstanders betogen echter dat deregulering leidt tot het slopen van onze hoge Europese standaarden, waarvan de burger en consument het slachtoffer zijn. Ze hebben angst voor een ‘race to the bottom’ van sociale en milieuregelgeving. Kiest de Verenigde Staten immers niet voor een ‘risicogebaseerde aanpak’, waarbij stoffen worden toegelaten zolang hun schadelijkheid niet is aangetoond? Ja, en ook de Wereldhandelsorganisatie doet dat, waardoor de EU al enkele veroordelingen heeft opgelopen.

 

De Commissie onderhandelt echter niet met een blanco cheque, maar met een duidelijk mandaat. Zo houdt ze vast aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’ waardoor bepaalde stoffen pas mogen gebruikt worden indien hun onschadelijkheid is aangetoond. Daarenboven is de Commissie onderworpen aan de democratische controle van het Europees Parlement, de Raad en de parlementen van de lidstaten. Zij wordt geacht te onderhandelen in het belang en niet op de kap van consumenten en producenten. Of zoals Malmström zelf zei: “C’est n’est pas Business Europe qui négocie, c’est moi.” Daar zal Open Vld in de Kamer en in het Europees Parlement ook nauwlettend op toezien.

 

Het felst bestreden onderdeel van T-TIP is de ‘investor-to-state dispute settlement’-clausule die voorziet in een private arbiter in geval van een conflict. Deze standaardprocedure is bedoeld om grotere rechtsbescherming te bieden aan Europese bedrijven in rechtsonzekere landen. Dat is vaak nodig. Natuurlijk zijn de lidstaten van de EU en de Verenigde Staten van Amerika geen bananenrepublieken, maar we kunnen niet met twee maten en gewichten meten. De ongelijke positie van de rechtspartijen, privé-investeerder versus overheid, vereist sowieso een speciale rechtbank. Tegelijkertijd moet de onafhankelijkheid van de arbiter gewaarborgd blijven. Afgelopen week kwam er in het Europees parlement een akkoord tot stand over een hervormd arbitragesysteem met meer kenmerken van een traditionele rechtbank, zoals bijvoorbeeld vastbenoemde rechters, een beroepsprocedure en publiek toegankelijke hoorzittingen. Parallel werkt de Commissie verder aan een multilateraal investeringsarbitragehof met vaste rechters.

 

Kortom: waar een wil is, is een weg. Zolang de onderhandelingen binnen de multilaterale Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie in het slop zitten, is een bilateraal handelsakkoord veruit te verkiezen. Beter 2 vogels in de hand dan 161 in de lucht. Bovendien stelt T-TIP ons in staat onze Europese waarden en standaarden te vrijwaren en op te leggen. Zonder een groot handelsakkoord met onze oudste bondgenoot zullen de spelregels immers bepaald worden buiten Europa. Door het gewicht van het handelsblok met de VS zal de EU een beslissende stem behouden in de globale handelspolitiek. Afspraken binnen T-TIP zullen immers ook gaan gelden als standaard voor derden. Zo versterken wij niet alleen onze economie, maar stellen wij dus ook onze hoge productstandaarden veilig. Vergeet ook niet dat het economische transatlantische blok een sterkere positie zal verwerven op het geopolitieke schaakbord.

 

T-TIP bevordert onze welvaart door een vrijere handel, maar het is géén vrijgeleide voor de VS om Europese regels, bijvoorbeeld op vlak van voedselveiligheid, te omzeilen. Integendeel, T-TIP zal ons toelaten onze burgers en waarden te beschermen, zonder ons af te sluiten van de wereld zoals de protectionistische lobby wil. Het zorgt voor goesting om internationaal te ondernemen zonder zomaar z’n goesting te doen. Wij kiezen alvast voor die waakzame, open blik naar de wereld waarin wij als Europeanen onze rol willen en kunnen blijven spelen.

← Terug naar het overzicht